Wat is de kerk van de duivel?

 

     En het geschiedde dat de engel tot mij sprak, zeggende: Kijk! En ik keek en zag vele natiën en koninkrijken. En de engel zeide tot mij: Wat ziet gij? En ik zeide: Ik zie vele natiën en koninkrijken. En hij zeide tot mij: Dat zijn de natiën en koninkrijken van de andere volken. (1 Nephi 13:1-3.)

 

     In de Engelse vertaling van het Boek van Mormon is de aanduiding "andere volken" vertaald in "gentiles" wat letterlijk betekent "van de zelfde stam of het zelfde ras", maar het betekend ook  wel ongelovige, heiden, of niet-Joods.

 

     De nakomelingen van Noachs zoon Jafet werden in de Engelse Bijbel 'Gentiles' genoemd. In die zin zouden de nakomelingen van Sem en van Cham geen gentiles zijn. In de dagen van Abraham werd het woord heiden gebruikt voor die naties en volken die niet van hen afstammen, met de toegevoegde verzekering dat alle 'heidenen' die het evangelie zouden aannemen als zijn nakomelingen beschouwd zouden worden. (Abraham 2:9-11.) De profeet leerde dat zij die zo geadopteerd worden  letterlijk van het bloed van Abraham worden. (Leringen van de profeet Joseph Smith, blz. 157-158.)

 

     In de dagen van het oude Israël werden de mensen die niet van Jakob afstamden als heidenen beschouwd, hoewel de Arabieren en de andere rassen van Semitische oorsprong die ook van Abraham afstammen eigenlijk niet als heidenen beschouwd kunnen worden.

 

     Nadat het koninkrijk Israël vernietigd was en de tien stammen weggevoerd waren, noemden de bewoners van het koninkrijk Juda zich Joden en alle anderen niet-Joden of heidenen. In die zin werd dit woord ook gebruikt door Lehi, Mulek en de andere Joden die naar het westelijk halfrond kwamen om de grote Nephitische en Lamanitische beschavingen op te richten. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de Engelse vertaling van het Boek van Mormon  herhaaldelijk spreekt van de Joden en de niet-Joden (gentiles) alsof de mensheid in tweeën gesplitst is; dat de Verenigde Staten beschreven worden  als een natie van niet-Joden en dat men er de belofte in vindt dat het Boek van Mormon te voorschijn zal komen door middel van de niet-Joden.

 

     In 1 Nephi 13:4-9 wordt de kerk van de duivel beschreven. Hier zien wij opnieuw hoe wij een woord in een bepaalde betekenis kunnen gebruiken maar dat dit door de Heer in een andere betekenis wordt gebruikt. Wij denken aan een kerk  als een godsdienstige organisatie met een naam, gebouwen, herkenbare leden enzovoort. Daarom vragen vele lezers zich af, wanneer zij over die "grote gruwelijke kerk" lezen, welke kerk daarmee bedoeld wordt.

 

     Maar vanuit het standpunt van de Heer gezien is het woord kerk een synoniem van het woord koninkrijk. Wij noemen onze kerk vaak genoeg het koninkrijk Gods. Als wij tegenovergesteld hieraan spreken over het koninkrijk van de duivel, krijgen wij een beter idee van wat hier bedoeld wordt. Het omvat al de heerschappijen van de duivel en al zijn onderdanen. Er kunnen vele organisaties, veel mensen die niet eens tot een kerk of welke officiële organisatie dan ook behoren, onder vallen.

 

     Met andere woorden, de kerk van de duivel is de wereld; het is de vleselijkheid en de goddeloosheid waarvan de gevallen mens erfgenaam is; het is iedere onheilige en goddeloze gewoonte; het is iedere valse godsdienst, ieder vals plan van zaligheid dat in werkelijkheid geen mens zalig maakt of verhoogt in de hoogste hemel van de celestiale wereld. En dit getuig ik in Jezus naam. Amen.