Hij zal de rechtvaardigen door zijn macht bewaren

 

     En indien de andere volken naar het Lam Gods luisteren ten dage dat Hij Zich aan hen zal openbaren in woord, en in macht, teneinde hun struikelblokken weg te nemen — en hun hart niet tegen het Lam Gods verstokken, dat zij onder het huis Israëls worden gerekend, voor altijd een gezegend volk zijn in het beloofde land; nooit meer in gevangenschap worden gebracht; en nooit meer worden verward.

 

     En die grote kuil die door de duivel en zijn kinderen is gesticht, opdat hij de ziel van de mensen ter helle kan afvoeren — die zal worden gevuld met hen die hem hebben gegraven, tot hun volslagen vernietiging; in die hel die geen einde heeft. Want dit is volgens de gevangenschap van de duivel, en tevens volgens de gerechtigheid Gods ten opzichte van allen die goddeloosheid en gruwel bedrijven.

 

     En de engel zei: Gij hebt gezien dat indien de andere volken zich bekeren, het wel met hen zal zijn; en gij weet ook van de verbonden des Heren met het huis Israëls; en gij hebt ook gehoord dat wie ook zich niet bekeert, verloren moet gaan. Want de tijd komt, dat Ik een groot en wonderbaar werk onder de mensenkinderen zal werken; een werk dat eeuwigdurend zal zijn, om hen aan te zetten tot vrede en eeuwig leven, of om hen over te leveren aan de verstoktheid van hun hart zodat zij in gevangenschap worden gebracht en de vernietiging tegemoet gaan, volgens de gevangenschap van de duivel.

 

     Toen zei de engel: Herinnert gij u de verbonden van de Vader met het huis Israëls? Ik zei: Jawel. En hij zei: Zie die grote en gruwelijke kerk die de moeder der gruwelen is, waarvan de duivel de grondlegger is. Zie, er zijn slechts twee kerken: de ene is de kerk van het Lam Gods, en de andere is de kerk van de duivel; dus wie niet tot de kerk van het Lam Gods behoort, behoort tot die grote kerk die de moeder der gruwelen is; en zij is de hoer der gehele aarde en zij zat op vele wateren; en zij had heerschappij over de aarde, onder alle natiën, geslachten, talen en volken.

 

     En ik zag de kerk van het Lam Gods en haar ledental was klein wegens de goddeloosheid en gruwelen van de hoer; niettemin zag ik dat de kerk van het Lam, die bestond uit de heiligen Gods, zich ook op het gehele oppervlak der aarde bevond; en haar heerschappij was gering. En de macht van het Lam Gods die neerdaalde op de heiligen van de kerk van het Lam en op het verbondvolk des Heren, dat op het gehele oppervlak der aarde was verspreid; en zij waren gewapend met gerechtigheid en met de macht Gods in grote heerlijkheid. Toen er oorlogen en geruchten van oorlogen ontstonden onder alle natiën die tot de moeder der gruwelen behoorden, sprak de engel tot mij: Zie, de verbolgenheid Gods rust op de moeder der lichtekooien; en zie, gij ziet al deze dingen. (Zie 1 Nephi 14:1-16.)

 

     De Heer laat Nephi hier zien hoe de heiligen strijden tegen de grote en verfoeilijke kerk en ook hoe de naties die tot de grote en verfoeilijke kerk behoren onder elkaar oorlog voeren. Hoe letterlijk moet deze strijd genomen worden? Hoe kunnen zo weinigen triomferen over zovelen?

 

      Want de tijd komt spoedig dat de volheid van de verbolgenheid Gods op alle mensenkinderen wordt uitgestort; want Hij zal niet toestaan dat de goddelozen de rechtvaardigen vernietigen. Daarom zal Hij de rechtvaardigen door zijn macht bewaren, zelfs al moet de volheid van zijn verbolgenheid komen om de rechtvaardigen te bewaren, zelfs tot de verwoesting van hun vijanden door vuur toe. (1 Nephi 22:16-17.) En dit getuig ik in Jezus naam. Amen.