Laman en Lemuël hebben zich nooit echt bekeerd

 

     En het geschiedde dat wij onze reis hervatten, vrijwel in dezelfde richting als in het begin; en nadat wij vele dagen hadden gereisd, sloegen wij onze tenten op teneinde daar enige tijd te vertoeven. Maar op die plaats stierf Ismaël en werd begraven op de plaats die Nahom werd genoemd. En de dochters van Ismaël treurden buitengewoon wegens het verlies van hun vader en wegens hun ellende in de wildernis; en zij morden tegen mijn vader Lehi omdat hij hen uit het land Jeruzalem had weggevoerd, zeggende: Onze vader is dood; ja, en wij hebben veel in de wildernis rondgezworven, en wij hebben veel ellende, honger, dorst en vermoeienis doorstaan; en na al dat leed moeten wij in de wildernis van de honger omkomen. En aldus morden zij tegen mijn vader, en ook tegen mij; en zij verlangden naar Jeruzalem terug te keren.

 

     En Laman zei tegen Lemuël en de zoons van Ismaël: Zie, laten wij onze vader doden, en ook onze broeder Nephi, die het op zich heeft genomen de heerser en leraar te zijn van ons, die zijn oudere broeders zijn. Hij zegt dat de Heer met hem heeft gesproken, en ook dat engelen hem hebben bediend. Maar wij weten dat hij liegt en deze dingen vertelt om ons, door zijn sluwe streken, een rad voor ogen te draaien, misschien denkt hij dat hij ons naar de een of andere vreemde wildernis kan wegleiden; en nadat hij ons heeft weggeleid, denkt hij zichzelf tot koning en heerser over ons te maken, zodat hij met ons kan handelen naar zijn wil en welbehagen. En op die wijze hitste mijn broeder Laman hun hart tot woede boosheid op.

 

     Maar de Heer was met ons want de stem des Heren kwam en sprak vele woorden tot hen en kastijdde hen zeer; en toen zij door de stem des Heren waren gekastijd, lieten zij hun woede boosheid varen en bekeerden zij zich van hun zonden, zodat de Heer ons wederom met voedsel zegende en wij niet omkwamen. (Zie 1 Nephi 16:33-39.)

 

     Toen Ismaël tijdens de reis stierf, werd hij begraven op de plaats die Nahom werd genoemd. (1 Nephi 16:34.) Let erop dat hier niet staat 'een plaats die wij Nahom noemden'. Nahom was hoogstwaarschijnlijk een begraafplaats in de woestijn. Hoewel de Bedoeïenen hun doden soms begraven waar zij sterven, velen het stoffelijk overschot over grote afstanden vervoeren om het op een bepaalde plaats (Nahom) te begraven. Bedoeïenen zijn voornamelijk Arabische woestijnbewoners in het Midden-Oosten en Noord Afrika. Zij leven vaak in tenten en leiden een nomadisch, seminomadisch of sedentair bestaan.

 

     Het woord bedoeïen is afkomstig van het Arabische badawi, dat woestijnbewoner of nomade betekent. Het woord badw waar dit van is afgeleid, betekent woestijn net als het woord Sahara overigens. (Wikipedia.)

 

     Laman en Lemuël hebben zich nooit echt bekeerd. (Zie 1 Nephi 16:36-39.) Zich bekeren houd namelijk in dat de innerlijke mens veranderd wordt. Deze verandering vereist een berouwvolle geest en een gebroken hart, wat een verootmoediging voor de Heer inhoudt. Dit weigerde Laman en Lemuël te doen, want zoals Nephi verklaart: "Zij hadden hun hart verstokt en wendden zich niet tot de Here, zoals zij behoorde te doen." (Zie 1 Nephi 15:3.) Zij weigerden hun hart aan de Heer te onderwerpen zodat geen enkele belevenis ze kon veranderen. Zij waren onder de indruk van de wonderbaarlijke macht van hun jongere broer, maar de invloed ervan was niet van blijvende aard omdat zij gevoelloos waren geworden. En dit getuig ik in Jezus naam. Amen.