De aankondiging van Jezus Geboorte

 

     Eertijds werd de engel Gabriël naar Daniël gezonden om hem door de befaamde profetie van de zeventig weken bekend te maken met de komst van de Messias en met Zijn verwerping. Nu komt hij tot Maria, die ondertrouwd was met Jozef, en maakt aan haar, aan “de maagd” de geboorte van diezelfde Messias bekend. Het is dus niet verwonderlijk dat hij haar begroet als een begenadigde met wie de Heer was. Gezegend was zij onder de vrouwen. Maria ontstelde toen zij hem zag en overlegde wat de betekenis van zijn begroeting kon zijn.

 

     De engel zei tot haar: “Vrees niet”, want zij had genade gevonden bij God. Zij is het uitverkoren vat van Gods wonderlijke plannen die nu aan de volken en aan haar volk een volle zegen zullen brengen - zij is de aangewezen moeder van Hem in Wie God weldra alle moeilijkheden, die de zonde in de wereld heeft gebracht, door een rechtvaardige overwinning tot een oplossing zal brengen - ja, om het zo voor God mogelijk te maken om hen die geloven, hoewel zij zondaars waren, te zegenen zodat zij rechtvaardig zullen zegepralen door en met Hem.

 

     Daarom zegt hij: “En zie, gij zult zwanger worden en een zoon baren en gij zult hem de naam Jezus geven” - een Goddelijke Verlosser. “Deze zal groot zijn en Zoon van de Allerhoogste genoemd worden, en de Here God zal hem de troon van zijn vader David geven”. Dit is een andere heerlijkheid die duidelijk Zijn macht om te verlossen samenvoegt met Zijn titel Messias. “En hij zal over het huis van Jakob koning zijn tot in eeuwigheid en aan zijn koningschap zal geen einde zijn”. Zelfs in het verste gebied. Hoe geheel anders is Zijn koninkrijk van menselijke heerschappij. “En Maria zei tot de engel: Hoe zal dit zijn, daar ik met geen man gemeenschap heb?” Zij twijfelde niet aan wat er gezegd werd, maar vraagt vrijmoedig: “Hoe zal dit zijn”?  

 

     Vervolgens verklaart de engel het met alle vriendelijkheid aan Maria. “De Heilige Geest zal over u komen en de kracht van de Allerhoogste zal u overschaduwen”. Het was niet uit het vlees maar door goddelijke kracht. “Daarom zal ook dat Heilige dat geboren zal worden, Gods Zoon genoemd worden” en niet alleen Zoon des mensen. Dit is buitengewoon belangrijk. “Zoon van God” is de titel die aan de Heer toebehoorde in Zijn Goddelijke heerlijkheid voordat Hij mens werd; maar toen Hij mens werd, hield Hij niet op, om de Zoon van God te zijn. Mens geworden, was Hij nog altijd de Zoon van God. En hetzelfde was ook waar toen Hij uit de doden opstond. 

 

     Hij was dus heilig, niet alleen in Zijn Goddelijke natuur, maar in Zijn mensheid. Hij was nadrukkelijk de Heilige van God: zonder dit zou niet alleen onze verlossing onmogelijk geweest zijn, maar het zou zelfs uitgesloten zijn dat Hij als mens door God erkend werd. We hebben hier dus de allerbelangrijkste waarheid van de geboorte van dit wonder Kind en de eenheid van de Goddelijke en de menselijke natuur in de Persoon van Christus.

 

     Het meeste van wat hier gezegd wordt, staat alleen in Lucas. Maria wordt ook op de hoogte gebracht van wat God gedaan had aan haar nicht Elizabeth, want, voegde de engel eraan toe: “geen ding zal bij God onmogelijk zijn”. Zij boog zich onmiddellijk voor de wil van de Heer met de woorden: “Zie, de slavin van de Heer, mij geschiede naar uw woord. En de engel ging weg van haar” (Lucas 1:26-38.) En dit is mijn getuigenis in naam van Jezus Christus. Amen.