Anderen een dienst bewijzen

 

     Wanneer wij er bij stilstaan dat "wanneer gij in de dienst van uw naasten zijt, gij louter in de dienst van uw God zijt", (1) zullen wij ons niet in de pijnlijke situatie bevinden van de geest van Jacob Marley toen hij in gesprek was met Ebenezer Scrooge in het klassieke verhaal van Charles Dickens, Een kerstvertelling. Scrooge ziet de zware ketens om Marleys lichaam en zegt: "Je bent geboeid. Vertel me eens, waarom?" Marley antwoordt: "Ik draag de keten die ik in mijn leven gesmeed heb. Ik heb haar schalm voor schalm en el voor el gemaakt." Scrooge probeert hem te troosten door te zeggen, "Maar je was toch altijd een man van je plicht, Jacob? " "Een man van mijn plicht!" roept hij uit. "De mensheid -, zij was mijn plicht. Niet te weten, dat voor elke christelijke ziel, met goede wil werkzaam in haar eigen kleine kring, wat deze ook zij, het sterfelijke leven te kort is voor de onbeperkte waarde van haar vermogens! Niet te weten dat het zelfs het langdurigst berouw de verzuimde gelegenheden van het leven niet goed kan maken. En toch: zó ben ik geweest! Zó ben ik geweest!"

     Marley voegt er nog aan toe, "Waarom liep ik tussen menigten evennaasten met neergeslagen ogen en sloeg ik nooit de ogen op naar de gezegende Ster, die de Wijzen de weg wees naar een armelijk verblijf? Waren er geen arme woningen, waarheen haar licht mij had kunnen leiden?" (2)  

 

     Gelukkig is het voorrecht om anderen een dienst te bewijzen binnen ons aller bereik. Als wij maar om ons heen willen kijken, zullen ook wij een bepaalde, heldere ster zien die ons de weg wijst naar een gelegenheid om te dienen.  Sta mij toe de kerstboodschap te citeren die op de kerstkaart van Dick en Mary Headlee staat. De titel luidt: "Een hedendaags wonder." Dit is wat zij hebben geschreven: "In samenwerking met het Project internationale zorg, dat gesponsord werd door de afdeling humanitaire hulp van de kerk, hadden onze familieleden en vrienden zich maandenlang ingespannen om voedsel, kleding, medicijnen en medische hulpmiddelen, dekens en speelgoed te verzamelen. Eindelijk brak de dag aan dat het project afgerond was en de container vanuit Salt Lake City kon worden verzonden. Het laatste uur, vlak voor de verzegeling van de container met bestemming een weeshuis in Roemenië, was hectisch.

 

     Eindelijk was de 18.150 kilo aan hoognodige goederen gestouwd. Letterlijk op het allerlaatste moment kwam er nog een vriendin, Barbara Brinton, uit Provo aanzetten. Ze had nog een aantal zaken bij zich, waaronder een kinderlooprek. Een buurvrouw die vernomen had dat Barbara zich inzette voor het weeshuis project, had sterk de indruk dat er in Roemenië behoefte zou zijn aan het looprek dat een van haar kinderen had gebruikt. Kathy, onze dochter, bedankte haar voor de bijdrage en wierp een vragende blik op het looprek. Het kwam niet voor op de lijst met dringende benodigdheden, maar ach, dacht ze, het weegt haast niets. Laten we het er maar bij stoppen.

 

    Sommigen zeggen wellicht: "Wonderen gebeuren niet meer." Maar de arts die haar gebeden verhoord kreeg, zou zeggen: "Ja, toch wel." De buurvrouw die de ingeving kreeg het looprek te schenken en een bereidwillig instrument in de handen van de Heer was geweest, zou het stellig met haar eens zijn. De verschillende leden van ons gezin van wie het leven door deze ervaring is verrijkt, getuigen dat God gebeden hoort en verhoort. (3) En dit is mijn getuigenis in naam van Jezus Christus. Amen.

 

(1. Zie Mosiah 2:17.)

 

(2. Uit Charles Dickens, Een kerstvertelling, blz. 26, 27.)

 

(3. Thomas S. Monson, Ster dec. 1993, blz. C9-12/S4-6.)