De aankondiging van de engel Gabriël

 

     Kerstklokken luiden! Stemmen juichen: Jezus werd geboren, eeuwen geleden, te Bethlehem in een stal. Hoe schoon klinkt zulk gezang. Immers met die woorden gaat gepaard het: Vrede op aarde in de mensen een welbehagen.

 

     Bij hen, die het geboren Kindje van de stad David als de Verlosser erkennen, staat al het drukke gedoe even stil. Het reine, heilige leven van de Meester wordt met een geest van dankbaarheid beschouwd. Geen boze gezichten worden gezien, twist vindt niet plaats. Het is de liefde en de vrede van de Messias, die in het christelijk gezin heersen.

 

     Natuurlijk zijn er veel mensen, die, in plaats van de grote werken, die door de Heiland tot stand zijn gebracht, te bespreken, overdenken en trachten na te leven, het doel van het kerstfeest geheel en al vergeten en niets anders dan een grote pleizierdag ervan maken. Ze zien in de voorbeelden van de Grote Meester niet de waarde, die daarin voor het gehele mensdom ligt. Jammer dat zij zo verblind zijn.

 

     De geboorte van Gods Zoon is zeer merkwaardig. Alvorens Hij geboren werd, verscheen een engel, met de naam Gabriël, aan een jonge vrouw, Maria genaamd, die in Nazareth woonde, een stadje in Galilea. Zij was uit het geslacht van David. Deze jonge vrouw was in ondertrouw met een zekere Jozef, ook uit het huis van David.

 

     De begroeting van de engel deed Maria verbazen: "Gegroet Maria, je bent begenadigd, de Heer is met je." Ze schrok hevig bij het horen van zijn woorden en vroeg zich af wat die begroeting te betekenen had. Maar de engel zei tegen haar: "Wees niet bang, Maria, God heeft je zijn gunst geschonken. Luister, je zult zwanger worden en een zoon baren, en je moet hem Jezus noemen. Hij zal een groot man worden en Zoon van de Allerhoogste worden genoemd, en God, de Heer, zal hem de troon van zijn vader David geven. Tot in eeuwigheid zal hij koning zijn en aan zijn koningschap zal geen einde komen." (1)

 

     Zoals enkele dochters van Israël en in het bijzonder zij, die van de stam van Juda waren, uit het huis van David, wist ook Maria, dat de Messias in het 'Midden des Tijds', waarin zij thans leefde, geboren zou worden. En iemand moest Zijn moeder worden! Was het mogelijk, dat de woorden van de engel betrekking hadden op de Vredevorst? Toch begreep zij maar gedeeltelijk dit belangrijke bezoek. Niet, dat zij twijfelde aan wat haar werd verteld, maar zij was zich bewust van haar ongetrouwde toestand en stelde ter opheldering de vraag: "Hoe zal dat gebeuren? Ik heb immers nog nooit gemeenschap met een man gehad."

 

     De engel antwoordde: "De heilige Geest zal over je komen en de kracht van de Allerhoogste zal je als een schaduw bedekken. Daarom zal het kind dat geboren wordt, Heilig worden genoemd en Zoon van God." (2) Door dezelfden boodschapper werd haar verteld: "Luister, ook je familielid Elisabet is zwanger van een zoon, ondanks haar hoge leeftijd. Ze is nu, ook al hield men haar voor onvruchtbaar, in de zesde maand van haar zwangerschap, want voor God is niets onmogelijk." (3)

 

     Ze was gerustgesteld, de reine maagd van Nazareth en vol vertrouwen en dankbaarheid uitte zij de woorden: "De Heer wil ik dienen: laat er met mij gebeuren wat u hebt gezegd." (4) De Engel vertrok en liet de verkoren maagd alleen, nadenkend over haar wonderlijke ondervinding. (5)

 

     Nu dit steeds dieper in mijn hart vorm krijgt, stijgt alsmaar mijn geluksgevoel. En dit getuig ik in Jezus Christus naam. Amen

 

(1. Zie Lucas 1:28-33.)

 

(2. Zie vers 34-35.)

 

(3. Zie vers 36-37.)

 

(4. Zie vers 38.)

 

(5. John P. Lilly-white, Ster december 1927, blz. C1-2/S369-370.)