De ster

 

     De wijzen zijn uit het oosten vertrokken na het zien van een ster, die zij ‘Zijn ster’ noemden, nl. van de geboren Koning van de Joden (Matteüs 2:2). Voor hen was het kennelijk helemaal duidelijk dat het verschijnen van de ster betekende dat de langverwachte Koning van de Joden geboren was. Daar zijn twee verklaringen voor.

 

     Ten eerste waren deze wijzen het gewend om de sterren te lezen. Er is veel gespeculeerd over wat deze ster zou zijn geweest, maar waarom niet gewoon aannemen dat God over een ster beschikte om deze wijzen uit het oosten te roepen en, eenmaal in Jeruzalem aangekomen, verder te leiden tot bij het Kind? Immers, nadat de ster was gezien, verdwijnt deze weer en wordt opnieuw gezien wanneer de wijzen in Jeruzalem zijn. In die vroegere tijden was het gewoon om bij het zien van een speciale ster te denken aan de geboorte van een belangrijk persoon, of aan een belangrijke gebeurtenis.

 

      Ten tweede waren er tal van contacten tussen Joden en Babylonische wijzen. Na de Babylonische ballingschap bleven veel Joden in het oosten achter, waardoor ook hun invloed aanwezig bleef. Ook de geschriften van Daniël en wellicht ook de gezichten van Bileam waren daar bekend (‘een ster gaat op uit Jakob, een scepter rijst op uit Israël’, Numeri 24:17). Bovendien bestond er in die tijd een algehele verwachting van een Messias, die geboren zou worden. Ook Herodes spreekt meteen van ‘de Christus’. De wijzen maakten de som en begrepen de uitkomst.

 

     Na het zien van de ster maakten de wijzen zich klaar en gingen op reis, een tocht van ongeveer 1.500 km. Ze verwachtten Hem te vinden in Jeruzalem, dus daar trokken ze heen. Als ze daar aangekomen zijn, vragen ze niet óf de Koning geboren is maar wáár Hij geboren is (Matteüs 2:2). Er is geen twijfel bij hen. Het deert hen niet dat de Joodse leiders in Jeruzalem (tot hun eigen schande) geen belangstelling tonen voor de geboren Koning. En evenmin zijn ze ontgoocheld dat de geboren Koning niet in Jeruzalem is, maar in Betlehem. Ze zetten hun reis gewoon voort. God reageert op hun geloof, en ze zien de ster die zij in het oosten hadden gezien weer verschijnen (Matteüs 2:9). Nu blijft de ster zichtbaar en leidt hen naar de Koning. Het is niet verwonderlijk dat zij zich zeer verheugen, als zij de ster weer zien (Matteüs 10). Ze zullen wel verwonderd zijn geweest de geboren Koning in een eenvoudig huis aan te treffen. Maar hun geloof wankelde niet, en zij boden hun geschenken aan.

 

     Deze wijzen vormen een type van de volken die hun heerlijkheid en rijkdom zullen brengen naar de Koning der koningen. Maar ook zullen zij Hem hulde bewijzen, zoals de wijzen dat deden (Matteüs 2:11 ‘zij vielen neer en huldigden het’; (vgl. Romeinen 15:10-12; Ps. 72:11; 96:7-10; 117:1; Jes. 11:10).

 

    Zij liepen vooruit op de tijd dat de volken de Heer Jezus Christus zullen zoeken, (vgl. Matteüs 8:11), zich voor Hem zullen buigen en Hem zullen verheerlijken. Met betrekking tot de toestand in het land zit er een valse koning op de troon; hij heeft niet het beste voor met het volk en regeert in verbondenheid met Rome. Verder spanden de leidinggevenden van het volk en de massa samen met deze koning. En dan is er een gelovig overblijfsel in het land, dat verlangend uitziet naar de komst van de Messias. (Oude Sporen) En dit is mijn getuigenis in naam van Jezus Christus. Amen.