Een stem in de mist

 

     Het was kerstavond. Dan Lytle had al 4uur alleen in de auto gezeten, rijdend door de dichte Californische mist. Hij was sinds zijn zending niet meer zo moe geweest. Hij had een diamanten ring in zijn zak en in San Leandro zat een meisje op hem te wachten. Hij zou nog drie uur moeten rijden voordat hij de ring aan Callie's vinger kon schuiven.

 

    "Het lijkt erop dat het een lange nacht wordt", zei hij tegen zichzelf terwijl hij en duizenden andere automobilisten zich door de mist haastten. Ongeveer een uur later reed hij nog steeds door een mistige wereld. Het was ingespannen, zorgvuldig rijden waar hij al zijn aandacht voor nodig had. Toen kreeg hij ineens de volgende gedachte: 'Dan, ga op de rechter rijstrook rijden en minder vaart.' Vaart minderen? Waarom? Het ging toch prima - de andere auto's en vrachtwagens raasden tenslotte door de mist alsof ze totaal geen last hadden van het zicht van nauwelijks drie meter.

 

     Hij vroeg zich af of het werkelijk de Geest was geweest die hem had gewaarschuwd. Of was het niet meer dan de normale werking van een voorzichtig verstand? Kon hij niet gewoon even hard blijven doorrijden als de anderen? Was het wel zo belangrijk om naar rechts te gaan en langzamer te gaan rijden? Weer kreeg hij die gedachte: 'Dan, als er een ongeluk op de snelweg gebeurt, kun je niet op tijd stoppen. Je rijdt dan zó tegen het wrak aan. Je moet echt naar de rechter rijstrook gaan en vaart minderen.'

 

     Dan Lytle had geleerd dat hij de ingevingen van de Geest nooit moest negeren. Met tegenzin zette hij zijn richting-aanwijzer naar rechts uit, stuurde bij en minderde vaart. Beter laat dan nooit aankomen, dacht hij spijtig. Hij berekende dat hij met zijn nieuwe snelheid nog lang onderweg zou zijn en tuurde de mist in.

 

     Opeens verscheen er in de mist de gloed van rode achterlichten. Hij zag fakkels en politiewagens met de zwaai-lichten aan. Een politieman die tussen de rijen wachtende auto's doorliep, vertelde: "Er is een ernstig ongeluk, wat verderop - veel auto's en vrachtwagens zijn daarbij in een kettingbotsing betrokken geraakt. Even geduld, mensen, we proberen een rijstrook vrij te maken zodat u er langs kunt." Het duurde een hele tijd voordat de auto's die op vier rijstroken in noordelijke richting hadden gereden, waren ingevoegd op één rijstrook. Dans zorg om de slachtoffers van het ongeluk maakte plaats voor ongeloof en vervolgens bijna misselijkheid toen hij langs de ravage werd gezwaaid.

 

     Hij zag verfrommelde auto's, geschaarde vrachtwagens, ambulances, politiewagens, hulpverleners, en bewegingloze lichamen die langs de weg lagen onder dekens. Terwijl zijn auto langs de wrakken kroop, telde hij de vernielde wagens.  Hoeveel mensen waren er die kerstavond vertraagd, als ze geluk hadden, of lagen dood langs de snelweg?

 

     En daar zag hij een auto die hij uren lang had gevolgd. Urenlang - totdat de Geest hem zei dat hij opzij moest gaan en vaart moest minderen. Als ik eens niet had opengestaan voor die waarschuwing? Of, als ik de waarschuwing wel ontvangen, maar genegeerd had? Hij rilde bij de gedachte. Toen hij de plaats van het enorme ongeluk achter zich had gelaten, voerde hij de snelheid langzaam weer op. Hij deed de autoradio aan. Van ver zond een radiozender heldere, mooie, geruststellende kerstmuziek uit. En zonder enige ruis. (Terry J. Moyer, Ster december 1990, blz. C99-103/KS26-28.)