Maria en Jozef

 

     In Matteüs 1:18-25 kunnen wij lezen dat Maria en Jozef niet met elkaar waren getrouwd maar onder de strengste voorwaarden met elkaar verloofd waren. Maria werd in werkelijkheid als de vrouw van Jozef beschouwd en ontrouw van haar kant gedurende de verlovingstijd kon met de dood bestraft worden. (1) Gedurende de verlovingstijd woonde de uitverkoren bruid bij haar ouders of vriendinnen en alle contacten tussen haar zelf en haar toekomstige man werden door een vriend of vriendin onderhouden. Toen Jozef van het op handen zijnde moederschap van Maria vernam en wist dat hij niet de vader was, had hij twee mogelijkheden. 1. Hij kon eisen dat Maria aan een openbaar verhoor en vonnis werd onderworpen, welke gebeurtenis de dood van Maria tot gevolg had kunnen hebben, of 2. Hij kon ten overstaan van getuigen in het geheim het verlovingscontract verbreken. Blijkbaar koos Jozef de barmhartigste van deze twee mogelijkheden. Hij hád zelfzuchtig en met bitterheid kunnen reageren en het getuigd van karakter dat Jozef ervoor koos in het geheim de verloving te verbreken.

 

    "Jozef was een rechtvaardig man, een nauwgezet waarnemer van de wet maar geen harde extremist. Bovendien had hij Maria lief en wilde, hoe zwaar hij zelf te lijden had, haar alle onnodige vernedering besparen. Ter wille van Maria schrok hij voor de gedachte aan openbaarheid terug en daarom besloot hij, met zoveel geheimhouding als de wet veroorloofde, de verloving te verbreken". (Talmage, JdC, blz. 64.)

 

     Misschien was het de bedoeling van de Heer, met een dergelijke ervaring Jozef te beproeven en indien zulks het geval was dan heeft Jozef de beproeving met glans doorstaan.  Pas nadat Jozef zijn beslissing genomen had, toen pas bezocht de engel hem en gaf hem opdracht Maria toch tot zijn vrouw te nemen. De belangrijke positie van Maria was al bekend voordat zij geboren was (2) en Jozef was zonder twijfel in het voorbestaan geordend voor de eervolle positie die hij bekleedde, want de profeet Joseph Smith heeft onderwezen: "Een ieder die een roeping bezit om tot de inwoners der aarde te prediken, werd tot dit doel reeds bestemd in de grote raadsvergadering in de hemel vóór deze wereld bestond". (LvdpJS, blz. 388.) Jozef moet in het voorbestaan al een edele ziel zijn geweest want hij werd gezegend met de buitengewone eer naar de aarde te mogen komen om op te treden als de wettige "voogd" van de Zoon van de eeuwige Vader in het vlees.

 

     In Lucas 2:1-20 vinden wij het verslag van de geboorte van Jezus. Na de meningen van verschillende geleerden over de geboortedatum van Christus samengevat te hebben, vergelijkt broeder James E. Talmage hun conclusies met hedendaagse openbaringen en verkondigd dan met grote stelligheid: "Wij geloven dat de 6de april de geboortedag van Jezus Christus is, zoals in een openbaring van de huidige bedeling reeds werd vermeld". (Talmage JdC, blz. 79.) Hierover heeft president Harold B. Lee gezegd: "6 april is een datum van bijzondere betekenis want dan wordt niet alleen de oprichting van 'De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen' herdacht in deze bedeling, maar tevens de geboortedag van de Zaligmaker, onze Heer en Meester Jezus Christus". En dit is mijn getuigenis in naam van Jezus Christus. Amen.

 

(1. Zie Deuteronomium 22:23, 24.)

 

(2. Zie 1 Nephi 11:15, 18-21; Mosiah 3:8; Alma 7:14; Jesaja 7:14.)