Alle mensen moeten sterven

 

     "Want ik weet dat velen van u grondig hebben gezocht naar kennis van toekomstige dingen; daarom weet ik dat gij weet dat ons vlees moet wegteren en sterven; toch zullen wij in ons lichaam God zien. Ja, ik weet dat gij weet dat Hij Zich in het lichaam zal vertonen aan hen die te Jeruzalem zijn, waar wij vandaan zijn gekomen; want het is noodzakelijk dat het onder hen plaatsvindt; want het is nodig dat de grote Schepper toestaat dat Hij in het vlees aan de mens wordt onderworpen, en voor alle mensen sterft, opdat alle mensen aan Hem mogen worden onderworpen. Want aangezien de dood over alle mensen is gekomen ter vervulling van het barmhartige plan van de grote Schepper, moet er wel een kracht tot opstanding zijn, en de opstanding moet de mens wel toekomen wegens de val en de val is gekomen wegens overtreding; en omdat de mens een gevallen wezen werd, werd hij afgesneden van de tegenwoordigheid des Heren. (2 Nephi 9:4-6.)

 

    De dood is even belangrijk voor de mensen als de geboorte. Er is geen grotere zegening dan de geboorte. Een derde van de geesten van de hemel werden dat voorrecht wegens opstandigheid onthouden. Daarom hebben zij geen lichaam van vlees en beenderen en missen zij die grote gave Gods. Maar wie zou graag voor eeuwig op deze wereldse aarde willen leven die vervuld is van pijn, verval, leed en verzoeking? Wie zou oud en zwak willen worden, met het vooruitzicht hier te moeten blijven, met alle grilligheid van het sterfelijke leven? Ik denk dat wij allen, als we dat voorstel voorgelegd kregen, tot de conclusie zouden komen dat we het niet zouden willen. Een dergelijk leven zouden wij nooit willen. Het leven in deze wereld is noodzakelijkerwijs kort en toch kan alles wat vereist is volbracht worden, maar de dood is precies even belangrijk als de geboorte. Wij moeten sterven - het is van wezenlijk belang - en de dood komt in de wereld "want de dood is over alle mensen gekomen ter vervulling van het barmhartige plan van de grote Schepper. " (Zie 2 Nephi 9:6.) (De Leer tot Zaligmaking, deel 1, blz. 110-111.)

 

     President Brigham Young (1801–1877) heeft gezegd dat de geesten van de mensen die eens op aarde leefden, om ons heen blijven, ook al kunnen we ze niet zien.

 

     De rechtschapen geesten zullen in een staat van geluk, rust en vrede leven, zonder moeilijkheden, zorgen of verdriet. (Zie Alma 40:12.) De goddelozen zullen door een hel gaan. (Zie Alma 40:13-14.) Hel betekent in dit geval: "De kwelling van teleurstelling van een mens."

 

     De geesten van mensen hadden in het voorsterfelijk leven een volwassen vorm. In de geestenwereld hebben ze diezelfde vorm, ook als ze in hun kinderjaren zijn gestorven.

 

     President Joseph F. Smith (1838–1918) heeft gezegd dat de geesten in de geestenwereld ons beter kunnen zien dan dat wij hen zien en dat "hun liefde voor ons en hun aandacht voor ons welzijn, wel groter moet zijn dan wat wij voor onszelf voelen."

 

     Als je in dit leven getrouw bent, heeft Satan in de geestenwereld geen macht over je. De goddelozen zijn daar onderworpen aan Satan, net zoals ze dat hier op aarde waren.

 

     Ouderling M. Russell Ballard van het Quorum der Twaalf Apostelen heeft uitgelegd dat dit leven de tijd is om ons te bekeren, omdat "dit sterfelijk leven de plek is waar lichaam en geest samen iets kunnen leren." (Dallin H. Oaks, 'Resurrection', Liahona, juli 2000, blz. 16.) En dit is mijn getuigenis in naam van Jezus Christus. Amen.