De doop van kleine kinderen

 

     De verordening van de doop is voor de vergeving van zonden. (L&V 49:13.) Maar kleine kinderen hebben geen zonde. In feite zijn zij niet in staat om zonden te begaan, noch heeft satan, voordat zij verantwoordelijk voor de Heer worden, de macht ze in verzoeking te brengen. (Zie L&V 29:47.) De Heer heeft bepaald dat de leeftijd waarop kinderen verantwoordelijk worden geacht, acht jaar is. (Zie L&V 68:25.) De kerken die kinderen onder de acht jaar dopen om de erfzonde of de vloek van Adam weg te nemen, doen dit zonder Schriftuurlijk gezag. (Moroni 8:8.)

 

     Ik heb gehoord van een vrouw waarvan haar dochtertje van nog geen jaar gestorven was. Zij had nagelaten om het kind te laten dopen en zij had een priester laten halen, maar het was te laat geweest. Het was haar bedoeling geweest om het kind te laten dopen voor het stierf, maar de predikant was te laat gekomen en nu werd een begrafenisdienst in haar eigen kerk, door haar eigen predikant geweigerd en het kind mocht ook niet op de christelijke begraafplaats begraven worden omdat het niet gedoopt was.

 

     Zij voelde zich diep ongelukkig en zij vroeg aan een andere predikant, of hij enig licht kon werpen op haar probleem en haar kon troosten. Deze 'heilige der laatste dagen' predikant besprak met haar het plan van Christus waardoor kleine kinderen zalig worden zonder de verordening van de doop, omdat de doop voor de vergeving van zonde is, en het onschuldige kind zonder zonde was geweest, want voor hen is het koninkrijk der hemelen. Hij legde uit dat 'kleine kinderen dopen' spotternij was en in de ogen van God een afschuwelijk iets is.  

 

     Zij voelde zich, door het lange gesprek en uitleg, getroost en zij vroeg aan de 'heilige der laatste dagen' predikant of hij de begrafenisdienst wilde leiden. Die middag stonden zij buiten het kerkhof, in de stromende regen, onder een cederboom bij een open grafje waar de 'heilige der laatste dagen' predikant onder een paraplu de dienst leidde en de bedroefde moeder opnieuw probeerde te troosten.

 

     Het schokkende aan dit verhaal was het feit dat de christelijke predikant, twee weken later naar de cel geroepen werd van een ter dood veroordeelde man, die nog nooit een christen was geweest, een liederlijk leven had geleid en nu het leven had genomen van een medemens. Zijn terechtstelling zou binnen een paar dagen plaatsvinden en hij wilde nu met God in het reine komen. Die christelijke predikant had in dit kader zijn biecht aangehoord, had hem gedoopt door een paar druppels water over hem heen te sprenkelen en had hem toen als een christen verklaard. Zijn stoffelijk overschot mocht wel in de kerk gebracht worden, wat het kleine onschuldige kind werd geweigerd en hij werd begraven op het kerkhof waar het onschuldige kind niet begraven had mogen worden. Dit geval ontroert mij diep en ik weet zeker dat ieder eerlijk, weldenkend mens er ook ontroert door zou zijn geweest.

 

     Een onschuldig kind tot de hel veroordelen, wordt in de hemel lieflijk ontvangen want Jezus heeft duidelijk gezegd: "Want voor zodanigen is het koninkrijk der hemelen," (Matteüs 19:14.) Het kan niet anders dat, toen de misdadiger plotseling in de tegenwoordigheid van God was gebracht, dit voor hem een hel moet zijn geweest, dat hij zich erg slecht op zijn gemak moet hebben gevoeld en er naar verlangd moet hebben daar zo snel mogelijk weg te gaan.  (1) En dit is mijn getuigenis in Jezus naam. Amen.

 

(1. Laat u voorlichten door de priesterschapsdragers van 'De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen', in de volksmond ook wel de Mormonen genoemd.)