De patriarchale zegen van Joseph Smith

 

     Het is een voorrecht om een afstammeling van Jozef te zijn. Zijn zegeningen waren de grootste van de twaalf zonen van Jakob. (Genesis 49:22-26; Deuteronomium 33:13-17; 2 Nephi 3:4.) Er staat geschreven dat hij, die rechtvaardig is, genade vindt bij God. (1 Nephi 17:35.) Zo was het met Jozef. Hij behoorde wegens zijn getrouwheid tot de edele geesten des hemels. Velen hebben verondersteld dat zijn grote beloning 'de eerste minister van Egypte te worden', is geweest. Maar in 2 Nephi 3:14-16 kunnen wij lezen dat er nog een andere grote zegen aan Josef beloofd werd:

 

     "En aldus heeft Jozef geprofeteerd, zeggende: Zie, de Heer zal die ziener zegenen; en zij die trachten hem te vernietigen, zullen beschaamd worden gemaakt; want deze belofte, die ik van de Heer heb verkregen voor de vrucht van mijn lendenen, zal worden vervuld. Zie, ik ben zeker van de vervulling van deze belofte; en zijn naam zal naar de mijne worden genoemd; en die zal naar de naam van zijn vader zijn. En hij zal zijn zoals ik; want hetgeen de Heer door zijn hand zal voortbrengen, zal mijn volk door de macht des Heren tot redding voeren. Ja, aldus heeft Jozef geprofeteerd: Ik ben hier zeker van, gelijk ik zeker ben van de belofte aangaande Mozes; want de Heer heeft mij gezegd: Ik zal uw nageslacht voor eeuwig bewaren."

 

     Zo identificeerde Jozef in Egypte met naam en taak zijn nakomeling in de laatste dagen, de uitverkoren profeet. Joseph Smith Sr. gaf zijn zoon, de profeet Joseph Smith, deze opmerkelijke patriarchale zegen:

 

     "Ik zegen u met de zegeningen van uw vader en Abraham, Isaak en Jakob; en zelfs de zegeningen van uw vader Jozef, de zoon van Jakob. Zie hij zag zijn nakomelingenschap in de laatste dagen, verstrooiden en verdreven door de niet-Joden, en hij weende voor de Heer; hij streefde er ijverig naar te mogen weten vanwaar de zoon zou komen die het woord des Heren voort zou brengen, waardoor zijn nakomelingen verlicht en weer teruggebracht zouden kunnen worden in de ware kudde. En zijn ogen aanschouwden u, mijn zoon; zijn hart verheugde zich en zijn ziel was bevredigd en hij zei: daar mijn zegeningen zullen reiken tot de kostelijkste der eeuwige heuvelen; daar mijn vaders zegeningen die van zijn voorvaderen te boven zullen gaan, en mijn takken boven de muur uit zullen stijgen, en mijn zaad het uitverkoren land zal beërven waarop het Zion van God in de laatste dagen zal staan; zal onder mijn nakomelingen die door de niet-Joden verstrooid zullen zijn, een uitverkoren ziener verwekt worden, wiens hart grote wijsheid zal bezitten en wiens intelligentie de grote dingen Gods zal omvatten en begrijpen, en wiens mond de wet der rechtvaardigheid zal uitspreken, en hij zal kracht ontvangen van het erfdeel van Jakob zijn vader. Gij (Joseph Smith jr.) zult de sleutels van deze bediening dragen, ja, het presidentschap van deze kerk, zowel in tijd als in eeuwigheid, en gij zult op de berg Zion staan wanneer de stemmen van Jakob juichend uit het noorden zullen komen, en met uw broeders, de zoons van Efraïm, ze kronen in de naam van Jezus Christus." (Archibald F. Bennet, Saviors on Mount Zion, blz. 68.)

 

     Joseph, de machtige profeet van deze laatste dagen, neemt een plaats in van uitzonderlijk belang in onze bedeling. (Zie L&V 124:58; 86:8-11.) Wij allen zijn hem veel verschuldigd. En dit is mijn getuigenis in naam van Jezus Christus. Amen.