De rechtvaardigen zullen gezegend worden

 

     Onze vader Lehi sprak vele dingen tegen hen en herhaalde voor hen welke grote dingen de Heer voor hen had gedaan door hen uit het land Jeruzalem te leiden. Hij sprak over hun opstandigheid op de wateren en over de barmhartigheid van God, zodat zij niet waren verdronken.

 

     Verder sprak hij tegen hen over het land van belofte dat zij hadden verkregen — hoe barmhartig de Heer was geweest door hen te waarschuwen om uit het land Jeruzalem te vluchten. Want zie, zei hij, ik heb een visioen gezien waardoor ik weet dat Jeruzalem is verwoest; en als wij in Jeruzalem waren gebleven, zouden ook wij zijn omgekomen. Maar ondanks onze ellende hebben wij een land van belofte gekregen, dat boven alle andere landen verkieslijk is; waarover de Here God Zich jegens mij verbonden heeft dat het een erfland voor mijn nageslacht zal zijn.

 

     Daarom profeteer ik, Lehi, volgens de werkingen van de Geest die in mij is, dat niemand in dit land zal komen, tenzij hij door de hand des Heren er wordt gebracht en het land voor hen wordt gewijd. En als zij Hem dienen volgens de geboden die Hij heeft gegeven, zal het voor hen een land van vrijheid zijn; zullen zij nooit in slavernij worden gebracht; indien toch, dan zal het wegens ongerechtigheid zijn, maar voor de rechtvaardigen zal het voor altijd gezegend zijn.

 

     Het is wijsheid dat dit land vooralsnog voor andere natiën onbekend blijft, want zie, vele natiën zouden het land overstromen, zodat er geen plaats zou zijn voor een erfdeel. Welnu, ik, Lehi, heb een belofte gekregen dat voor zoverre zij, die de Here God uit het land Jeruzalem zal brengen, zijn geboden onderhouden, zij op het oppervlak van dit land voorspoedig zullen zijn en er zal niemand zijn om hen lastig te vallen, noch om hun erfland weg te nemen; en zij zullen voor altijd veilig wonen.

 

     Maar wanneer de tijd komt dat zij in ongeloof verkommeren, nadat zij zulke grote zegeningen van God hebben ontvangen — kennis hebben van de schepping der aarde en van alle mensen, macht om alles door geloof te verrichten; alle geboden hebben vanaf het begin — zie, zeg ik, mocht de dag komen dat zij de Heilige Israëls, de ware Messias, hun Verlosser en hun God, verwerpen, dan zullen de oordelen 'van Hem die rechtvaardig is' op hen rusten.

 

     Ja, Hij zal andere natiën tot hen brengen, en Hij zal hun macht geven, en Hij zal hun de landen die zij bezitten ontnemen, en Hij zal hen doen verstrooien en slaan. Ja, naarmate het ene geslacht het andere opvolgt, zullen er bloedvergieten en grote bezoekingen onder hen zijn; daarom, mijn zonen, wil ik dat gij dit in gedachte houdt; ja, ik wil dat gij naar mijn woorden luistert. (Zie 2 Nephi1:12.)

 

     De vernietiging van Jeruzalem waarnaar verwezen wordt in vers 1-4 wordt vermeld in de Bijbel in 2 Koningen 25. Lehi en zijn groep waren gewaarschuwd uit het land van Jeruzalem te vluchten zodat zij niet met de overige bewoners vernietigd zouden worden. De Heer sloot een verbond met Lehi dat het land van belofte voor eeuwig aan hem en zijn kinderen zou behoren en aan hen die door de hand des Heren uit andere landen geleid zouden worden. En zo lang als de bewoners van het land God dienen door zijn geboden te gehoorzamen, zal dat land en zijn volk vrij zijn. Maar als de mensen goddeloos zijn, zullen zij niet vrij zijn en het land zal vervloekt worden. De rechtvaardigen zullen echter gezegend worden. Wanneer de aarde vernieuwd wordt zullen alle landen van de aarde verenigd worden. (Zie L&V 133:21-24.) En dit getuig ik in Jezus naam. Amen.