Een wonderbaar werk en een wonder

 

     De Heer zegt tot hem die de woorden leest: Omdat dit volk Mij met zijn mond nadert en Mij met zijn lippen eert, terwijl het zijn hart verre van Mij houdt, en hun ontzag voor Mij een aangeleerd voorschrift van mensen is — daarom zal Ik ertoe overgaan een wonderbaar werk en een wonder onder dit volk te doen, want de wijsheid van zijn wijzen en geleerden zal tenietgaan, en het verstand van zijn verstandigen zal schuilgaan.

 

     En wee hun die trachten hun plan diep te verbergen voor de Heer, van wie hun werken in duisternis geschieden, en die zeggen: Wie ziet ons en wie kent ons? Dat Gij de zaken ondersteboven zet, zal stellig worden geacht als het leem van de pottenbakker. Maar Ik zal hun tonen dat Ik al hun werken ken. Want zal het maaksel van zijn maker zeggen: Hij heeft mij niet gemaakt? Of zal het boetseersel van zijn boetseerder zeggen: Hij heeft geen verstand?

 

     Ik zal de mensenkinderen tonen dat het nog een zeer korte tijd is voordat de Libanon in een vruchtbaar veld wordt veranderd en het vruchtbare veld op een woud lijkt. En te dien dage zullen de doven de woorden van het boek horen, en de ogen van de blinden zullen vanuit het donker en de duisternis zien. En ook de ootmoedigen zullen toenemen, en hun vreugde zal in de Heer zijn, en de armen onder de mensen zullen zich in de Heilige Israëls verheugen. (Zie 2 Nephi 27:24-30.)

 

     Tot het wonderbaar werk en een wonder behoren het Boek van Mormon, de herstelling: van de kerk van Jezus Christus, het evangelie, het priesterschap en de aanwezigheid van profeten op aarde in deze laatste dagen, maar er is nog meer. Het is de herstelling van alle dingen, met inbegrip van Zions wederoprichting op aarde.

 

     Bij de verwezenlijking van dit beloofde wonderbaar werk en een wonder, stond de Heer een 'wederoprichting aller dingen' voor ogen en Hij deed Petrus aldus profeteren aan hen die Hem hadden gekruisigd: "Komt dan tot berouw en bekering, opdat uw zonden uitgedelgd worden, opdat er tijden van verademing mogen komen van het aangezicht des Heren, en Hij de Christus, die voor u tevoren bestemd was, Jezus zende; Hem moest de hemel opnemen tot de tijden van de wederoprichting aller dingen waarvan God gesproken heeft bij monde van zijn heilige profeten, van oudsher." (Handelingen 3:19-21.)

 

     Wat wordt bedoeld met de doven, de blinden en de zachtmoedigen in de verzen 29-30? "Geestelijk doof" beschrijft de staat van hen die het ontbreekt aan spiritualiteit, van wie hun geestelijke oren niet in staat zijn om de stille zachte stem van de Geest te horen. Op dezelfde wijze is geestelijke blindheid het kenteken van hen die niet in staat zijn om Gods hand te zien in de menselijke aangelegenheden. Zij lijden aan "ongeloof en blindheid van hart" (L&V 58:15) en zijn "verstokt van hart en blind van verstand". (Zie 3 Nephi 2:1.)

 

     Jesaja voorzag de dag dat zij, die buiten eigen schuld, geestelijk doof en blind zijn het woord Gods zullen horen en "uit het donker en het duister zullen zien." (Vers 29.) Hiermee bedoeld hij dat "de zachtmoedigen zullen toenemen en hun vreugde zal in de Here zijn." (Vers 30.)

 

     Wanneer zullen zij dit doen? Op de dag dat de doven het woord van het Boek zullen horen. Om welke reden? Wegens de raadgevingen, de volmaakte leerstellingen en de profetieën die erin staan en de kennis die het aan de mensenkinderen geeft. En dit getuig ik in Jezus naam. Amen.