Geloof en Hoop

 

     In het Nieuwe Testament spreekt Paulus over geloof, hoop en liefde en zegt daarop "Maar de meeste van deze is de liefde. (1 Korintiërs 13:13.)

 

     Nadat Joseph Smith de woorden van Paulus: "Het geloof is nu de zekerheid der dingen, die men hoopt, en het bewijs der dingen, die men niet ziet, (Hebreeën 11:1) aanhaalde, heeft hij gezegd: "Hieruit leren wij dat geloof de zekerheid is die mensen hebben van het bestaan van dingen die zij niet gezien hebben en het beginsel van alle intelligente wezens tot daden doet overgaan. Geloof is de drijfkracht achter elke daad van alle intelligente wezens. En zoals geloof de drijfkracht is achter alle daden wat stoffelijke zaken betreft, zo is het dat ook voor geestelijke zaken.

 

     Maar geloof is niet slechts een beginsel dat daden tot stand brengt, maar het is ook een beginsel van macht, in alle intelligente wezens, in de hemel en op aarde. Geloof is dus het eerste grote besturende beginsel dat macht, heerschappij en gezag over alle dingen heeft. Door het geloof bestaan zij, zij worden in stand gehouden, veranderd, of blijven ze zoals ze zijn, al naar Gods wil. Zonder geloof is er geen macht, en zonder macht zou er geen schepping of bestaan kunnen zijn.

 

     Hoe zou u geloof willen omschrijven in zijn meest onbegrensde betekenis? Het is het eerste grote heersende beginsel dat macht, heerschappij en gezag heeft over alle dingen." (Lectures on Faith, deel 1, blz. 7-12.)

 

     Zoals Mormon zegt zijn geloof en hoop onontwarbaar door elkaar gestrengeld. Als een man oprecht in de Heer Jezus Christus gelooft, heeft hij ook een diepe hoop of verwachting dat hij door Christus verzoening en opstanding persoonlijk tot het eeuwige leven zal worden opgewekt. (Zie Moroni 7:41.) Daarom moet iemand, indien hij geloof heeft, noodzakelijk hoop hebben; want zonder geloof kan er geen hoop zijn. (Zie Moroni 7:42.) Ouderling McConkie heeft het volgende geschreven:

 

     "Zoals het in de openbaringen gebruikt wordt, is hoop het verlangen van getrouwe mensen om in het hiernamaals eeuwige zaligheid in Gods koninkrijk te verkrijgen. Het is geen vaag, vluchtig verlangen, zonder zekerheid dat de verlangde bevestiging zal worden ontvangen, maar een verlangen gepaard gaande met een oprechte verwachting dat de begeerde beloning ook ontvangen zal worden. Paulus bijvoorbeeld, zei zonder aarzelen dat hij leefde, "in de hoop des eeuwige levens, dat God, die niet liegt, voor eeuwigen tijden beloofd heeft" (zie Titus 1:2) en Petrus verzekerde al de uitverkorenen dat zij "door de opstanding van Jezus Christus uit de doden" een levende hoop op "een onvergankelijk, onbevlekte en onverwelkelijke erfenis, die in de hemelen weggelegd is" voor de heiligen verkregen hadden. (Zie 1 Petrus 1:1-5.) (Mormon Doctrine blz. 365.)

 

     Christus heeft beloofd: "Indien gij geloof in Mij hebt, zult gij macht hebben om alles te doen wat Ik raadzaam acht." (Zie Moroni 7:33). Geloof in Jezus Christus kan een motivatie voor u zijn om zijn volmaakte voorbeeld te volgen. (Zie Johannes 14:12.) Uw geloof kan u ertoe brengen goede werken te doen, de geboden te onderhouden, en uw zonden af te leggen. (Zie Jakobus 2:18; 1 Nephi 3:7; Alma 34:17.) Met uw geloof kunt u verleiding weerstaan. Alma gaf zijn zoon Helaman de raad: "Leer hun iedere verzoeking te weerstaan met hun geloof in de Heer Jezus Christus. (Zie Alma 37:33.) (1) En dit is mijn getuigenis in naam van Jezus Christus. Amen.

 

(1. Laat u voorlichten door de priesterschapsdragers van 'De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen', in de volksmond ook wel de Mormonen genoemd.)