Het doel van de sterfelijkheid

 

     "En toen Adam en Eva van de verboden vrucht hadden genomen, werden zij uit de hof van Eden verdreven om de aardbodem te bebouwen. En zij hebben kinderen voortgebracht; ja, het geslacht der gehele aarde. En de dagen der mensen werden verlengd, naar de wil van God, opdat zij zich zouden kunnen bekeren tijdens hun bestaan in het vlees; daarom werd hun staat een proeftijd, en hun tijd werd verlengd overeenkomstig de geboden die de Here God de mensenkinderen gaf. Want Hij gebood alle mensen zich te bekeren; want Hij toonde alle mensen dat zij verloren waren wegens de overtreding van hun ouders. (Zie 2 Nephi 2:19-21.)

 

     Dit leven is dus een proefperiode, waar wij, zolang als dat duurt, beproefd worden om te zien of wij eeuwig bij God willen wonen of ergens anders. Alle mensen zondigen terwijl zij eigenlijk het onderscheid kunnen zien wat goed of fout is. Deze wetenschap die God bij de geboorte van de mens in hem legt, is door toedoen van ouders, die niet meer beter weten zodanig vervaagt dat wij eigenlijk niet meer weten wat goed of fout is dan alleen in extremen gevallen. Daarom zijn onze dagen op aarde in het vlees verlengd, volgens vader Lehi, opdat wij ons "in het vlees zouden kunnen bekeren." (Vers 20.)

 

     Laat geen ven ons veronderstellen dat wij ons niet hoeven te bekeren terwijl wij nog in de sterfelijkheid op aarde zijn, want dat is ons doel hier. Sterven zonder zich bekeerd te hebben is een heel ernstig iets. (Zie 2 Nephi 9:38; Mosiah 2:33, 38; Alma 12:14-16.) "Want ziet, het is nu de tijd en de dag van uw zaligheid. Want ziet, dit leven is de tijd voor de mens om zich voor te bereiden God te ontmoeten. Want na deze dag des levens volgt, indien wij onze tijd in dit leven niet nuttig besteden, de nacht der duisternis, waarin geen arbeid kan worden volbracht." (Zie Alma 34:31-33.)

 

     Ouderling Melvin J. Ballard legde eens uit waarom de sterfelijkheid de tijd is om te bekeren: "Ik ben van mening dat iedere man of vrouw in één jaar van dit leven meer kan doen, te leren volgens Gods wetten te leven dan in tien jaar na de dood. De geest kan zich bekeren en veranderen, maar de strijd met het lichaam moet daarna verder gaan. Het is veel gemakkelijker om te overwinnen en God te dienen wanneer het lichaam en de geest één zijn. In onze tijd hier op aarde is de mens buigzamer en ontvankelijker. Wij zullen ontdekken dat wanneer wij dood zijn ieder verlangen, ieder gevoel in hoge mate versterkt zal zijn. Wanneer klei kneedbaar is, is zij veel gemakkelijker te veranderen dan wanneer zij hard is geworden. Dit leven is dus de tijd om te bekeren. Dat is, neem ik aan, de reden waarom na de eerste opstanding er duizend jaar nodig zijn, totdat de laatste groep klaar zal zijn om op te staan. Zij zullen duizend jaar nodig hebben om te doen wat zij in dit leven hier op aarde in zeventig jaar hadden kunnen doen. De mensen zullen dus niet méér weten wanneer zij dood zijn dan toen zij levend waren, zij zullen alleen maar de verandering hebben ondergaan, die de dood genoemd wordt. Zij zullen de waarheden van het evangelie niet gemakkelijker begrijpen maar zullen het net zo moeten leren, kennen en begrijpen als hier op aarde. (Melvin J. Ballard, The Tree Degrees of Glory, blz. 12, 19.)

 

     De Heiland had zijn leerlingen lief. Hij wist wie ze waren en wie ze konden worden. Hij vond unieke manieren om ze tot leren en groei te brengen - manieren die Hij speciaal op hen afstemde. Wanneer ze ergens mee worstelden, liet Hij ze niet vallen maar bleef Hij ze liefhebben en dienen. En dit is mijn getuigenis in naam van Jezus Christus. Amen.