Het Israël van het verbond

 

     Uit de Schriften leren wij dat de Heer voor het eerst een verbond sloot met Adam en dit daarna vernieuwde met de rechtvaardige patriarchen van Adam tot Abraham. (Zie Joseph Smith Translation, Genesis 8:23.) Velen zien Abraham als de vader van het verbond omdat het verbond met hem werd vernieuwd en er in verband met hem de uitgebreidste beschrijving van de voorwaarden van het verbond wordt vermeld. Daarom wordt het dikwijls het verbond met Abraham genoemd. Maar wij mogen niet vergeten dat het verbond niet met hem begon.

 

     Over de heilige beloften en verbonden die de Heer met Abraham sloot heeft ouderling Bruce R. McConkie het volgende gezegd: "Abraham ontving het evangelie eerst door de doop; (wat het verbond van zaligheid is) toen ontving hij het hogere priesterschap en ging hij het eeuwige huwelijk aan, (wat het verbond van verhoging is) waardoor hij de zekerheid kreeg van eeuwig nakomelingschap; tenslotte ontving hij de belofte dat al deze zegeningen aan al zijn sterfelijke nakomelingen zouden worden aangeboden. (Abraham 2:6-11; L&V 132:29-50.) Tot de goddelijke beloften aan Abraham behoorde ook de verzekering dat Christus van hem zou afstammen en dat Abrahams nakomelingen bepaalde landen als een eeuwig erfdeel zouden beërven, landen die boven anderen te verkiezen waren. (Abraham 2; Genesis17, 22:15-18; Galaten 3.) (Mormon Doctrine blz. 13.)

 

     Met andere woorden, allen die gewillig zijn het verbond van het (herstelde) evangelie te aanvaarden en na te leven worden, door afstamming of door adoptie, de zonen en dochters van Abraham. Dit schijnt de symbolische betekenis te zijn van de twaalf ossen die de dopvonten in de tempels ondersteunen. Wanneer wij het water van de doop ingaan, sluiten wij met de Heer verbonden en gaan tot het geestelijke Israël behoren - dat wil zeggen, tot de mensen die een verbond hebben gesloten en naleven, dat zij het uitverkoren volk van de Heer zijn.

 

     Deze betekenis van het woord Israël, het Israël van het verbond, is de belangrijkste. De verbonden uit de bloedlijn en het land Israël zijn hier ondergeschikt aan. Van welke geestelijke of eeuwige betekenis zal het zijn van het bloed van Israël te zijn als men de verbonden verwerpt of niet gehoorzaamt? Paulus begreep dit heel goed toen hij zei: "Want niet allen, die van Israël afstammen, zijn Israël, en zij zijn niet ook allen kinderen, omdat zij nageslacht van Abraham zijn, …. maar de kinderen der beloften gelden voor nageslacht." (Romeinen 9:6-8.)

 

     Met andere woorden, een bepaalde afstamming te hebben is geen garantie dat men Gods gunst zal verwerven. Een afstammeling van Israël te zijn geeft iemand wel de verantwoordelijkheid om leiding te geven en het (herstelde) evangelie te verkondigen. (Zie Abraham 3:22-23.) Jammer genoeg negeren te veel Israëlieten naar het bloed deze verantwoordelijkheid. Daarom zal een afstammeling van Jakob, zelfs als hij een absolute afstammeling is, zonder enige vermenging van ander bloed, nog niet noodzakelijkerwijs in geestelijke zin een ware Israëliet zijn. "Want zie, ik zeg u dat alle niet-Joden die zich bekeren, het verbondsvolk des Heren zijn; en allen uit de Joden die zich niet bekeren, zullen worden verworpen; want de Heer sluit met niemand een verbond dan alleen met hen die zich bekeren en geloven in zijn Zoon, die de Heilige Israëls is. (Zie 2 Nephi 30:2.) En dit getuig ik in Jezus naam. Amen.