Vier dagen hevige storm om hun hart te verzachten

 

     Ik begon erg te vrezen dat de Heer boos op ons zou zijn en ons wegens onze ongerechtigheid zou slaan, zodat wij in de diepten van de zee zouden worden verzwolgen; daarom begon ik met grote ernst tot hen te spreken; maar zij waren vertoornd op mij en zeiden: Wij willen niet dat onze jongere broer heerser over ons zal zijn. Laman en Lemuël grepen mij en bonden mij met koorden vast en behandelden mij zeer hardvochtig; niettemin liet de Heer het toe.

 

     Maar het kompas dat door de Heer was bereid, hield op te werken. Daarom wisten zij niet waarheen zij het schip moesten sturen, want er stak een zware orkaan op en wij werden drie dagen lang op het water teruggedreven; en zij begonnen buitengewoon bevreesd te zijn dat zij in de zee zouden verdrinken; toch maakten zij mij niet los.

 

     Op de vierde dag, begon de orkaan buitengewoon hevig te worden en mijn broers begonnen in te zien dat de oordelen Gods op hen rustten en dat zij moesten omkomen, tenzij zij zich van hun ongerechtigheden bekeerden; daarom kwamen zij bij mij en maakten de banden los die om mijn polsen en enkels waren en zij waren buitengewoon gezwollen en de pijn daarvan was hevig. Niettemin vertrouwde ik op mijn God en ik loofde Hem de gehele dag.

 

     Nu had mijn vader Lehi vele dingen tegen hen en de zoons van Ismaël gezegd, maar zij bliezen vele bedreigingen tegen iedereen die ten gunste van mij sprak; en mijn bejaarde ouders werden ziek, ja, zelfs bedlegerig en wegens hun verdriet lagen zij op sterven. En ook Jakob en Jozef, die jong waren en veel verzorging nodig hadden, waren bedroefd wegens het leed van hun moeder; en ook mijn vrouw met haar tranen en gebeden, en ook mijn kinderen, konden het hart van mijn broers niet verzachten.

 

     Alleen de macht Gods, die hen met vernietiging bedreigde, toen zij zagen dat zij op het punt stonden in de diepten der zee te worden verzwolgen, zorgde ervoor dat zij zich bekeerden. Nadat zij mij hadden losgemaakt, nam ik het kompas en het werkte zoals ik het verlangde. Toen ik had gebeden, ging de wind liggen, en de storm bedaarde en er was een grote windstilte. Ik stuurde het schip, zodat wij wederom in de richting van het beloofde land voeren.

 

     Na vele dagen bereikten wij het beloofde land en wij gingen aan land en sloegen onze tenten op. Wij begonnen de aardbodem te bebouwen, de zaden te zaaien; ja, wij stopten al ons zaad in de grond. En het groeide buitengewoon goed en daarom werden wij overvloedig gezegend. En terwijl wij door de wildernis reisden, ontdekten wij dat er in de wouden dieren van iedere soort waren, zowel de koe als het rund, de ezel en het paard, de geit en de wilde geit en allerlei wilde dieren, die voor het gebruik van de mens waren. En wij ontdekten allerlei ertsen, zowel gouderts als zilvererts en kopererts. (Zie 1 Nephi 18: 10-25.)

 

     Wij krijgen een idee van de hardheid van Lamans en Lemuëls hart wanneer wij lezen dat er vier dagen hevige storm nodig was om hun hart te verzachten. Als Joseph Smith het Boek van Mormon geschreven had in plaats van het vertaald te hebben van oude verslagen, gegraveerd op de platen van koper, zou hij wel dom geweest zijn om over paarden te schrijven. In 1830 waren bijna alle historici ervan overtuigd dat er voor de komst van Columbus in Amerika geen paarden waren. Na de uitgave van het Boek van Mormon zijn er archeologische vondsten gedaan die het bewijs leveren dat die er toen wel waren. En dit is mijn getuigenis in naam van Jezus Christus. Amen.