Hoeveel zusters had Nephi?

 

     Ik, Nephi, riep de Heer, mijn God, vaak aan wegens de toorn van mijn broeders. Hun toorn op mij nam toe, zodanig dat zij mij naar het leven stonden en zeiden. Onze jongere broer denkt over ons te heersen; en wij hebben door hem vele beproevingen gehad; welnu, laten wij hem doden om niet nog meer te worden gekweld want het komt ons toe, omdat wij ouder zijn, om over dit volk te heersen.

 

     Maar de Heer waarschuwde mij om van hen weg te gaan, de wildernis in te vluchten, en allen die met mij mee wilden gaan. Dus nam ik mijn gezin mee en ook Zoram en zijn gezin, en Sam, mijn oudere broeder, en zijn gezin, en Jakob en Jozef, mijn jongere broeders, ook mijn zusters want zij allen geloofden in de waarschuwingen en openbaringen van God; daarom luisterden zij naar mijn woorden.

 

     Wij namen onze tenten mee en alles wat ons maar mogelijk was, en reisden vele dagen lang in de wildernis en sloegen wij onze tenten op. Mijn volk wilde dat wij de naam van de plaats Nephi zouden noemen, ja, allen die bij mij waren, besloten zich het volk van Nephi te noemen. Wij onderhielden nauwgezet de gerichten, de inzettingen en de geboden des Heren in alles, volgens de wet van Mozes.

 

     De Heer was met ons. Wij werden buitengewoon voorspoedig, want wij zaaiden zaad, waardoor wij oogstten in overvloed. En wij begonnen kleinvee en runderen en dieren van iedere soort te telen. Ik had ook de kronieken die op de platen van koper waren gegraveerd, meegenomen, en ook de bal, ofwel het kompas, dat door de hand des Heren voor mijn vader was vervaardigd. Ja, wij werden buitengewoon voorspoedig en talrijk in het land.

 

     Ik nam het zwaard van Laban en maakte naar dat voorbeeld vele zwaarden, voor als het volk, dat nu de Lamanieten werd genoemd, ons zou overvallen en vernietigen; want ik kende hun haat tegen mij, mijn kinderen en degenen die tot mijn volk gerekend werden. En ik leerde mijn volk gebouwen bouwen, allerlei soorten hout bewerken, en ook ijzer, roodkoper, geelkoper, staal, goud, zilver en kostbare ertsen, die ruim aanwezig waren. (Zie 2 Nephi 5:1-15.)

 

     In de verzen 1-5 kunnen wij zien dat goddeloosheid altijd verdeeldheid heeft gebracht, terwijl Zion één van hart en één van geest zal zijn. (Zie Mozes 7:18.)

 

     Vers 6 is de enige plaats in het Boek van Mormon waar vermeld staat dat Nephi ook zusters had. Hoeveel zusters er waren en of zij ouder of jonger waren dan Nephi en wat hun namen waren wordt in dit vers niet vermeld. De volgende verklaring van Erastus Snow zou wat informatie kunnen geven over enkele zusters van Nephi:

 

     "De profeet Joseph Smith deelde ons mede dat het verslag van Lehi, dat op de 116 bladzijden stond, het eerst vertaald werden en later gestolen werden. Een samenvatting daarvan is te vinden in het eerste boek van Nephi, dat Nephi's eigen verslag is. Lehi stamde af van Manasse, maar Ismaël van Efraïm en zijn zonen trouwden met de dochters van Lehi en Lehi's zonen met de dochters van Ismaël." (Journal of Discourses, deel 23, blz. 184.)

 

     Het schijnt dus dat de twee zonen van Ismaël (zie 1 Nephi 7:6) trouwden met Lehi's dochters en dus met twee zusters van Nephi. De verzen 7-15 beschrijven het voorspoedige begin van de Nephitische beschaving. "En zij onderhielden nauwgezet de gerichten, de inzettingen en de geboden des Heren in alles, volgens de wet van Mozes. En dit is mijn getuigenis in naam van Jezus Christus. Amen.