Jodenvervolging

 

     Jodenvervolging is gecoördineerd geweld tegen en onderdrukking van de Joodse bevolkingsgroep. De bekendste Jodenvervolging is de Holocaust, de systematische vervolging en moord op Joden door de nazi's in Duitsland en bezet Europa voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog. Deze vervolging begon in 1935 met de instelling van de Neurenbergwetten.

 

     Het verschijnsel Jodenvervolging is echter al veel en veel ouder. In de middeleeuwen kwam het met regelmaat tot gewelddadige uitbarstingen (zogenaamde pogroms), of werd de Joodse bevolking uit een land verdreven. Joden waren over het algemeen uitgesloten van het lidmaatschap van de gilden, waardoor het hun niet was toegestaan ambachtelijke beroepen uit te oefenen. Jodenvervolging in christelijk Europa kwam op gang rond het jaar 1000. Ook het Midden-Oosten kende gruwelijke Jodenvervolgingen.

 

     Eén van de vele oplevingen van Jodenhaat en vervolging vond plaats in de 19e eeuw; in die periode werd ook de term antisemitisme ingevoerd.

 

     Vormen van Jodenvervolging zijn: Het uitsluiten van Joden van gebruik van bepaalde voorzieningen, het verplichten om in bepaalde gebieden te wonen, het uitsluiten van het lidmaatschap van bepaalde organisaties, het verbod om bepaalde functies of beroepen uit te oefenen, lastercampagnes tegen Joden, georganiseerd geweld tegen Joodse bezittingen en personen, verbanning, boycot van winkels, afneming van bezittingen van Joden en volkenmoord. (Wikipedia.)

 

     Zenos belooft dat, op het ogenblik dat de Israëlieten (met inbegrip van de Joden) hun hart tot de Heilige Israëls wenden, de Heer zich de verbonden zal herinneren en zijn volk weer in zijn gunst zal opnemen en weer macht geven.

 

     Iedereen die bekend is met het Joodse volk kan slecht heel erg onder de indruk zijn van de toewijding van vele praktiserende Joden, aan hun geloof. Zij hebben zich gehouden aan dieetvoorschriften, sabbatheiligging en vele andere gebruiken ondanks bespotting, verstrooiing, marteling en dood. Door de eeuwen heen zijn letterlijk miljoenen Joden naar hun dood gegaan, op alle afschuwelijke manieren die maar bedacht konden worden, in plaats van hun geloof te verloochenen. Miljoenen zijn hun hele leven trouw gebleven aan veeleisende en moeilijke godsdienstige voorschriften, ondanks een overweldigende druk om ze op te geven.

 

     De christenen zouden er goed aan doen hun toewijding te vergelijken met die van de praktiserende Jood. En toch was hun gehoorzaamheid en toewijding onvoldoende omdat hun hart niet gewend was tot de God van Israël, Jezus Christus. Deze innerlijke geestelijke zwakheid wordt niet alleen onder de Joden gevonden. Hoeveel christenen zijn niet toegewijd aan hun kerk, maar hebben hun hart afgewend van de Heer Jezus Christus? En worden wij zelf in ons eigen hart soms niet het slachtoffer van deze valstrik?

 

     Wij 'heiligen der laatste dagen' zijn misschien wel echt toegewijd aan 'De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen' en tonen dit in ons leven van alledag, en toch is ons hart niet ten volle tot de Heiland gekeerd.

 

     De betekenis van Zenos woorden in 1 Nephi 19:18-19 ligt niet alleen in het feit dat hij ons een goed inzicht geeft in de vervolging van de Joden, maar ook dat hij een onschatbare waarschuwing geeft aan allen die beweren tot Israël te behoren. En dit is mijn getuigenis in Jezus naam. Amen.