De barrière tussen ons en persoonlijk openbaring

 

     Ik kan alleen maar treuren om het ongeloof, de goddeloosheid, de onwetendheid en de halsstarrigheid van de mensen; want zij willen niet naar kennis streven, noch grote kennis bevatten wanneer die hun in alle duidelijkheid wordt gegeven. En nu bemerk ik dat u nog steeds in uw hart overlegt; en het bedroeft mij hierover te moeten spreken. Want indien u zou luisteren naar de Geest die de mens leert bidden, zou u weten dat u moet bidden; want de boze geest leert hem dat hij niet moet bidden. Maar ik zeg u dat u altijd moet bidden en niet verslappen; dat u niets voor de Heer moet doen zonder in de eerste plaats tot de Vader te bidden in de naam van Christus dat Hij uw handeling voor u zult heiligen, opdat uw handeling voor het welzijn van uw ziel zal zijn. (Zie 2 Nephi 32:7-9.)

 

     Wanneer wij trouw zijn, zo is ons beloofd, ontvangen wij openbaringen en zo is het ook met de kennis van wonderen en het bestuur van 'De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen'. De Heer houdt veel achter, dat Hij openbaren zou, als de leden van de kerk er maar gereed voor waren. Maar als zij niet leven volgens de openbaringen die Hij heeft gegeven, waaraan ontlenen zij dan het recht om meer openbaringen te ontvangen? Zulke mensen uit de kerk leven niet 'geheel en al' in overeenstemming met de geboden die de Heer al van hen geëist heeft. Wij bevinden ons dan in dezelfde situatie als waarin de Nephieten zich bevonden toen Nephi over openbaring de woorden zei waarmee deze column begint. (Vers 7.)

 

     "We hebben weinig reden om te schreeuwen om meer openbaring, als we weigeren in acht te nemen wat de Heer voor onze zaligheid heeft geopenbaard. De leiders worden echter door openbaring geleid en dit is duidelijk voor allen die over de geest des onderscheids beschikken. De Heer heeft zijn volk niet in de steek gelaten, hoewel zij niet altijd hun vertrouwen op Hem hebben gesteld." (Joseph Fielding Smith, De Leer tot Zaligmaking, deel 1, blz. 250-251.)

 

     Nephi onderwees dat het voorbeeld van de Zoon van God te volgen de voorwaarde was om de doop met water en vuur te mogen ontvangen. Dat houdt in dat wij ernaar moeten streven volmaakt te worden zoals 'Hij is' door ons met vol voornemen des harten te bekeren van onze zonden, zonder huichelarij of bedrog voor de Heer, wanneer wij het verbond sluiten dat wij de naam van Christus op ons zullen nemen. De verordening van de doop die wij ondergaan is het bewijs dat wij bereid zijn dit alles te doen. Dan komt de doop met vuur en de Heilige Geest, waardoor de ziel van zonde en kwaad wordt gezuiverd. Wanneer aan deze voorwaarden is voldaan, zal het verzoenend bloed van Jezus Christus ons reinigen van onze zonden.

 

     Maar veronderstel dat men de uiterlijke verordening van de doop heeft ondergaan en de innerlijke doop met vuur nooit heeft ervaren, of indien dit wel het geval is, door nalatigheid het gezelschap van de Heilige Geest heeft verloren. Wat doet men dan? Ook hiervoor geeft Nephi ons de sleutel en die sleutel is gebed. Oprecht pleiten, ernaar verlangen, erom bidden en leven zoals u bidt is de sleutel tot geestelijke macht. Het was een dergelijk gebed dat Enos vergeving van zonden bracht (zie Enos 1:1-12) en iedereen kan dit. De Heer gebood Joseph Smith: "Bid altijd, opdat u de overwinnaar zult worden; ja, opdat u Satan zult overwinnen, en opdat u zult ontkomen aan de handen van de dienstknechten van Satan, die zijn werk steunen." (L&V 10:5.) En dit getuig ik in naam van Jezus Christus. Amen.