Satans pogingen om ons ten val te brengen

 

     O de wijzen, geleerden en de rijken die in de hoogmoed van hun hart opgeblazen zijn, en allen die valse leerstellingen prediken, die hoererij bedrijven en de rechte weg des Heren verdraaien, wee hun, zegt de Almachtige, want zij zullen worden neergeworpen in de hel! Die de rechtvaardige om een nietigheid terzijde dringen en wat goed is beschimpen en zeggen dat het geen waarde heeft! Want de dag zal komen dat God de bewoners van de aarde bezoekt; en rijp in ongerechtigheid, zullen zij omkomen.

 

     Maar indien de bewoners van de aarde zich bekeren van hun goddeloosheid en gruwelen, zullen zij niet worden vernietigd, zegt de Heer der heerscharen. Maar die grote en gruwelijke kerk, de hoer van de gehele aarde, moet ter aarde vallen, en groot moet haar val zijn. Want het koninkrijk van de duivel moet sidderen, en die ertoe behoren, moeten wel tot bekering worden bewogen, anders zal de duivel hen met zijn eeuwigdurende ketenen grijpen, en worden zij tot toorn opgehitst, en gaan verloren.

 

     Want zie, te dien dage zal hij in het hart van de mensen woeden en hen ophitsen tot toorn tegen wat goed is. En anderen zal hij sussen en paaien tot vleselijke gerustheid, zodat zij zeggen: Alles is wel in Zion; ja, Zion is voorspoedig, en zo bedriegt de duivel hun ziel en voert hij hen bedachtzaam ter helle. Anderen lokt hij met vleierij en vertelt hun dat de hel niet bestaat; en zegt hun: Ik ben geen duivel, want die bestaat niet. Ja, zij worden gegrepen door de dood en de hel en de duivel, en allen die zijn gegrepen, moeten voor de troon van God staan en naar hun werken worden geoordeeld, vanwaar zij naar de plaats moeten gaan die voor hen is bereid, namelijk een poel van vuur en zwavel die eindeloze kwelling is. (Zie 2 Nephi 28:15-23.)

 

       "Er zijn minstens drie gevaren die de kerk van binnenuit bedreigen en de autoriteiten dienen ervan doordrongen te zijn, dat de mensen er voortdurend tegen gewaarschuwd moeten worden. Zoals ik het zie, zijn het de vleierijen van vooraanstaande mensen in de wereld, het onderwijzen van misvattingen en seksuele onreinheid." (Joseph F. Smith, Evangelieleer, blz. 310; zie ook 2 Nephi 9:28-29.)

 

     Welk verband is er tussen deze drie gevaren? In ieder geval ziet Nephi satans macht als een realiteit, maar hij is niet pessimistisch, want opnieuw voorspeld hij de val van de grote en verfoeilijke kerk. (Zie vers 18.) Dit is de derde keer dat hij hierover spreekt. (Zie 1 Nephi 14:15-17; 22:13-15, 23.) Denk eens ernstig na over wat Nephi zegt dat satan zal doen. Hij zal ze "in zijn eeuwige ketenen slaan" en ze "bevredigen en in zinnelijke gerustheid doen indommelen." (Vers 21.) Hij bedriegt hun ziel (vers 21) voert ze bedachtzaam ter helle, (vers 21) andere verleid hij en fluistert hun in de oren. (Vers 22.)

 

     "Een gevolg van de verderfelijke valsheid, dat God dood is, is de even verderfelijke leer dat er geen duivel is. Satan is namelijk de vader van beide leugens. Als men dit geloofd geeft men zichzelf aan hem over. Een dergelijke overgave heeft mensen altijd geleid, leidt ze nu en ze zal ze blijven leiden tot de verdelging. Heiligen der laatste dagen weten dat er een God is. Even zeker weten zij dat satan leeft, dat hij een machtig persoon van geest is, de aartsvijand van God, van de mens en van gerechtigheid. De werkelijkheid van het bestaan van zowel God als de duivel is afdoende bewezen door de Schriften en menselijke ervaringen." (Marion G. Romney, Conference Report, april 1971, blz. 22.) En dit is mijn getuigenis in naam van Jezus Christus. Amen.