Symbolische taal en zinnebeelden

 

     Zenos was een Hebreeuwse profeet, die dikwijls aangehaald werd door Nephitische dienstknechten van God. Alles wat wij over hem persoonlijk weten, is dat hij gedood werd omdat hij stoutmoedig verkondigde wat God hem had geopenbaard. Dat hij een man was die door de Heer gezegend werd met de geest van profetie blijkt uit de wonderbaarlijke en bijna onvergelijkelijke parabel van de wijngaard, die uitvoerig door Jakob (Jakob 5) wordt weergegeven. Zijn profetieën worden ook aangehaald in 1 Nephi 19:10, 12, 16; Alma 33:3, 13, 15; 34:7; Helaman 15:11 en 3 Nephi 10:16.)

 

     De allegorie van Zenos staat bekend als de gelijkenis van de tamme en wilde olijfboom. Zonder twijfel nam Jakob die gelijkenis in zijn verslag op omdat hij even tevoren had voorspeld dat door hun dwalingen de Joden de steen (Jezus Christus) zouden verwerpen waarop zij een vast fundament hadden kunnen bouwen. (Zie Jakob 4:15.) Dan zegt Jakob:

     "En nu, mijn geliefden, hoe is het mogelijk dat dezen, na de vaste fundering te hebben verworpen, er ooit op kunnen bouwen, zodat hij hun tot hoeksteen kan worden? Zie, mijn geliefde broeders, ik zal u deze verborgenheid ontvouwen, als ik niet op enigerlei wijze geschokt word in mijn onwrikbaarheid in de Geest en struikel wegens mijn overgrote bezorgdheid om u. Zie, mijn broeders, herinnert gij u niet de woorden te hebben gelezen van de profeet Zenos, die hij sprak tot het huis Israëls," (Jakob 4:17-18; 5:1.)

 

     Dan haalt Jakob de profeet Zenos aan. Dat doet hij om aan te tonen dat Israël, Gods uitverkoren volk, de Messias zou verwerpen en ten gevolge daarvan verstrooid zou worden, maar uiteindelijk weer bijeen vergaderd zou worden.

 

     Tijdens zijn bediening op aarde, maakte onze Heer Jezus Christus, dikwijls gebruik van gelijkenissen. Bij het vertellen van deze korte verhalen was het echter niet zijn bedoeling de waarheden van zijn evangelie in alle duidelijkheid naar voren te brengen, zodat al zijn toehoorders ze zouden begrijpen. Het was veel meer de bedoeling de leerstelling waar het om ging zo onder woorden te brengen en te versluieren, dat alleen zij, die geestelijk onderlegt waren ze zouden begrijpen, terwijl zij, van wie het begrip verduisterd was, in duisternis gehuld zouden blijven. (Zie Mattheüs 13:10-17; Joseph Smith Translation, Mattheüs 21:39.) Het is nooit juist om iemand meer te onderwijzen dan hij geestelijk in staat is te bevatten. Neem bijvoorbeeld de gelijkenis van het koren en het onkruid, (Mattheüs 13:24-30, 36-43) die Jezus eerst vertelde en daarna gedeeltelijk uitlegde; toch was de betekenis ervan nog zo onduidelijk dat er een speciale openbaring in onze tijd voor nodig was om hem helemaal duidelijk te maken. (Zie L&V 86.)

 

     Behalve deze reden zijn er nog andere die zinnebeeldige taal voor ons waardevol maken. De betekenis ervan wordt ons, nadat wij erover nagedacht, onderzocht en gebeden hebben, duidelijk. Bovendien wekt zij bij de geestelijk onderlegde een drang naar onderzoek op, die, wanneer er gevolg aan gegeven wordt, veel inzicht in alle geschriften kan brengen. Wanneer het zinnebeeld, de gelijkenis of de allegorie begrepen wordt, is de invloed ervan veel dieper. Jezus, had bijvoorbeeld gewoon kunnen zeggen dat zonder Hem zijn discipelen geen leven of macht zouden hebben. In plaats daarvan zei hij: "Ik ben de wijnstok, gij zijt de ranken want zonder Mij kunt gij niets doen." (Zie Johannes 15:5. Zie ook Jakob 5:1-8.) En dit getuig ik in Jezus naam. Amen.