Veroordeelt het Boek van Mormon rijkdommen?

 

     Velen van u zijn begonnen te zoeken naar goud, zilver en kostbare ertsen. De hand van de voorzienigheid heeft u zeer vriendelijk toegelachen, waardoor u veel rijkdommen hebt verkregen; en omdat sommigen onder u overvloediger hebben verkregen, bent u verheven in de hoogmoed van uw hart en loopt u met starre hals en opgeheven hoofd en vervolgt u uw broeders omdat u denkt beter te zijn dan zij.

 

     Denkt u dat God u daarin rechtvaardigt? Neen, Integendeel. Hij veroordeelt u, en indien u in die dingen volhardt, moeten zijn oordelen u spoedig treffen. Ik wouw dat Hij u liet zien dat Hij u kan doordringen en u met één blik van zijn oog kan neerslaan in het stof, dat Hij u zou ontdoen van deze ongerechtigheid en gruwel, dat u zou luisteren naar het woord van zijn bevelen en deze hoogmoed van uw hart uw ziel niet liet verderven!

 

     Acht uw broeders als uzelf, en wees vriendelijk tegen iedereen en vrijgevig met uw bezit, opdat zij net als u rijk zullen zijn. Zoekt het koninkrijk van God voordat u naar rijkdom streeft. En nadat u hoop in Christus hebt verkregen, zult u rijkdom verkrijgen en ernaar streven met de bedoeling goed te doen: de naakten te kleden, de hongerige te voeden, de gevangenen te bevrijden en in de behoeften van de zieken en noodlijdenden te voorzien. (Zie Jakob 2:12-19.)

 

     Op zich, veroordeelt het Boek van Mormon de rijkdom niet. Wat het wel duidelijk maakt is het feit dat de liefde voor geld verkeerd is omdat men daardoor geneigd lijkt om in plaats van God, geld het middelpunt van het leven te maken. Het streven naar rijkdommen wordt dan, in plaats het middel om er goed mee te doen, een doel op zichzelf. Uit deze belangrijke verzen en ook uit andere teksten (Mosiah 4:16-26; Jakobus 5:1-6; L&V 56:16-20; 104:13-18; 1 Timoteüs 6:3-13, 17-19) leren wij het volgende over het verzamelen van rijkdom.

 

  1. Onze eerste prioriteit behoort het opbouwen van het koninkrijk Gods te zijn.
  2. Geld is een ruilmiddel en is op zichzelf neutraal. Het is de houding die men tegenover materiële en geestelijke zaken/dingen heeft die rijkdom uit zijn neutrale positie haalt.
  3. Onze twee meest fundamentele relaties bepalen onze houding tegenover geestelijke en materiële dingen. Deze relaties zijn: a. Onze verhouding tot God. Als wij ons hart van God afwenden, worden de dingen van de wereld voor ons het belangrijkste. Dat is de reden waarom Paulus hebzucht afgodendienst noemt. (Zie Efeziërs 5:5; Kolossenzen 3:5.) b. Onze verhouding tot onze medemensen. Als wij het broederschap van de mensen uit het oog verliezen, zal ons verlangen naar materiële rijkdommen ons tot oneerlijkheid, hebzucht, verwaarlozing van de armen enz. leiden.

 

     Wat koestert u als de overheersende, de vooraanstaande gedachte in uw geest? Dit zal in hoge mate uw bestemming bepalen. Ondanks de ingewikkeldheid van de menselijke maatschappij, kunnen wij alle doeleinden samenvatten onder twee hoofden. Ten eerste de wereld van materiële winst en ten tweede, de wereld van het geluk, die bestaat uit liefde en de macht om goed te doen. Als u naar rijkdom streeft, zal dit u wel lukken, maar alvorens dit uiteindelijke doel te kiezen, moet u eens naar de mensen kijken die er alles aangedaan hebben om dit doel te bereiken. Goud maakt de mensen niet corrupt; zij worden corrupt door het motief dat zij hebben om dat goud te verkrijgen. En dit is mijn getuigenis in naam van Jezus Christus. Amen.