Zij die geen wet hebben

 

     Vrijwel Iedereen wordt geboren met het innerlijk besef van goed en kwaad. Dit besef, het geweten genoemd, is een uiting van het licht van Christus. (Zie Moroni 7:15-19.) Uw geweten is een afweermiddel dat u behoedt voor situaties die in geestelijke zin schadelijk zijn. Als u de geboden naleeft en de juiste keuzes maakt, ervaart u gemoedsrust. Als u zondigt, voelt u berouw of schuld, zoals u lichamelijke pijn voelt als u gewond raakt. Dat is de reactie van uw geweten op zonde, en het kan u tot bekering brengen.

 

     Bekering en vergiffenis herstellen uw gemoedsrust. Als u echter uw geweten negeert en u niet bekeert, raakt uw geweten in onbruik alsof het 'met een brandijzer toegeschroeid' is (Zie 1 Timoteüs 4:2, Statenvertaling). Volg de stem van uw geweten. Dat is een belangrijk facet van uw keuzevrijheid. Hoe meer u uw geweten volgt, des te zuiverder zal het worden. Een gevoelig geweten is een teken van een gezonde geest. (Zie ook Mosiah 4:1-3; L&V 84:45-47.) (1)

 

     Veel mensen leven en sterven zonder ooit de wet van Christus te leren kennen. Die mensen zullen het juiste evangelie in de geestenwereld horen en krijgen daar de gelegenheid om te geloven en zich van hun zonden te bekeren. Levende plaatsvervangers op aarde verrichten in de tempels van 'De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen' de nodige verordeningen in hun naam en dan kunnen de zegeningen van de zaligheid hun deel worden. Zij die echter geen normaal verstand hebben, de geestelijk gehandicapten, behoeven geen doop. Ook zij sterven zonder de wet en zijn evenals kleine kinderen "levend in Christus". (Zie Moroni 8:12.) President Joseph Fielding Smith heeft hierover geschreven:

 

     "De Heer heeft door openbaring bekend gemaakt dat kinderen die met een geestelijke handicap geboren zijn dezelfde zegeningen zullen ontvangen als kleine kinderen die voor hun achtste levensjaar sterven. Zij zijn vrij van zonden, omdat hun verstand niet in staat is om het goede van het kwade te onderscheiden.

 

    Toen hij naar zijn zoon Moroni schreef over de doop, plaatste Mormon zwakzinnige kinderen in de zelfde categorie als kleine kinderen die de verantwoordelijke leeftijd nog niet hebben bereikt; zij hebben geen doop nodig omdat de verzoening van Jezus Christus voor hen evenzeer geldt als voor kleine kinderen die sterven voordat zij de leeftijd waarop zij verantwoordelijk worden voor hun daden hebben bereikt:

 

     Want weet, dat alle kleine kinderen levend zijn in Christus en ook allen, die zonder de wet zijn. Want de kracht der verlossing komt tot allen, die geen wet hebben; daarom kan hij, die niet is veroordeeld, ofwel hij, die niet onder oordeel is, zich niet bekeren; en voor dezulken baat de doop niets. (Zie Moroni 8:22.)

 

     Verder heeft de Heer verklaard: "En verder zeg ik u: Heb Ik niet allen, die kennis bezitten, geboden zich te bekeren? En het blijft aan Mij om met hen, die geen begrip heeft, te handelen, zoals er staat geschreven." (Zie L&V 29:49-50.)

 

     Daarom beschouwt: 'De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen' alle zwakzinnige kinderen, dus met een verminderd vermogen om te begrijpen, als kleine kinderen beneden de leeftijd van verantwoordelijkheid. Zij worden verlost zonder doop en zullen naar het celestiale koninkrijk van God gaan, waar zij, dat geloven wij, al hun vermogens zullen krijgen en alle gebreken opgeheven zullen worden volgens de barmhartigheid en rechtvaardigheid van de Vader." (2) En dit getuig ik in Jezus naam. Amen.

 

(1. Trouw aan het Geloof, blz. 64.)

 

(2. Joseph Fielding Smith, Answers to Gospel Questions, deel 3, blz. 20-21.)