Op zoek naar de ster

 

     Haar ogen beginnen te prikken als zij door de rook fietst die van de barbecue langs de straat komt. Ze doet haar ogen net lang genoeg dicht om in een gat in het wegdek terecht te komen, waardoor ze bijna van haar fiets valt. Ze richt haar aandacht weer op de weg en ze fietste verder door het neonlicht en het licht van de koplampen van tegemoetkomend verkeer. Alles lijkt een beetje heiig op deze hete, zwoele decemberavond in Bangkok (Thailand).

 

     Zuster Jones en zij zetten hun fietsen voor een flatgebouw. Terwijl ze de trap oplopen, vraagt ze: "Wie gaan we bezoeken?" "Ze heet Nóg", antwoordt zuster Jones. "Ze is twaalf en ze is afgelopen maand gedoopt." Ze herinnert zich dat ze van Nóg gehoord heeft. Ze was door haar moeder bij de zendelingen geïntroduceerd.

 

     De moeder van Nóg was niet geïnteresseerd in de kerk, maar dacht dat het christendom Nóg wel zou aanstaan. De zendelingen hadden geaarzeld om een twaalfjarige les te geven, maar toen ze Nóg over onze hemelse Vader en Jezus Christus begonnen te vertellen, was ze geboeid geweest. Ze had haar ogen niet van de zendelingen af kunnen houden. Ze is ontroerd door het beeld van dit kleine meisje dat in de bloemenstal van haar ouders aan een drukke straat werkt, en dat de Heiland leert kennen.

 

     Ze vraagt zich af hoe een klein meisje het herstelde evangelie van Jezus Christus heeft kunnen aanvaarden terwijl het zo strijdig is met haar boeddhistische cultuur.

 

     Ze kloppen op de lichtgroene deur en worden binnen gevraagd door Nógs moeder. Ze doen hun schoenen uit en gaan de eenkamerflat binnen. Voordat ze kunnen vragen waar Nóg is, horen ze haar stem hun roepen vanaf het balkon: "Zusters, kom snel." Ze stappen het kleine balkon op dat uitkijkt over de drukke straat. Nóg pakt haar bij haar hand, wijst naar de hemel en vraagt: "Kunt u ze zien? Kunt u die bijzondere sterren zien?"

 

     Ze kijkt omhoog en ziet tussen de wolken door sterren zwakjes stralen. "Welke?" "Die vijf kleintjes, daar. Je kunt ze alleen op sommige avonden zien", antwoordt Nóg. Ze kijkt nog eens en ziet door de vervuiling en het licht van de grote stad heen een groepje van vijf piepkleine sterretjes. Ze vraagt hoe het haar gelukt is om ze te zien, omdat ze maar zwakjes schijnen. Nóg antwoordt eenvoudig: "Ik zoek ze elke avond, en vanavond heb ik ze gevonden."

 

     Ze kijkt naar Nóg, die aandachtig naar de avondhemel staart. Haar gezicht is vredig, haar gelaat schijnt. Het zijn eenvoudige woorden van een kind, maar ze bedenkt hoeveel ze lijken op de woorden van de wijzen van weleer. (1) Hoe lang moeten die wijzen de hemelen afgezocht hebben, op zoek naar de ster. Hoe opgewonden moeten ze geweest zijn toen ze hem zagen.

 

     Nóg, een bloemenmeisje van twaalf, heeft Jezus Christus leren kennen tussen de chaos van het centrum van Bangkok , boven de rook, de lichten en de vervuiling van de wereld. Nóg had de woorden van Christus gezocht en die herkend en ijverig gevolgd, net als de wijzen. Zij is een van de weinigen die naar de Messias uitziet en gelooft in Hem. Hoe kon een klein meisje zo bereidwillig het evangelie van Jezus Christus aanvaarden dat haar familie en haar cultuur zo vreemd was? Haar vraag wordt beantwoord nu zij op de derde etage op een klein balkon staat, boven de vervuiling en het lawaai, naast Nóg, die opkijkt naar de hemel. (2) En dit is mijn getuigenis in naam van Jezus Christus. Amen.

 

(1. Zie Nieuwe Testament, Matteüs 2:2.)

 

(2. Lindy Taylor is lid van de wijk Lakeview 1 in de ring Orem-Lakeview (Utah.)

 

Laat u - NU HET NOG KAN - voorlichten door de priesterschapsdragers van 'De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen', in de volksmond ook wel laatdunkend de Mormonen genoemd.)