Welke rust de volheid van zijn heerlijkheid is

 

     Zorg ervoor dat u wél die rust binnengaan. Zorg ervoor dat het niet lijkt alsof u achterblijft. Want de belofte dat we in Gods rust kunnen binnengaan, bestaat nog steeds. Het zit namelijk zo: Eerst is het goede nieuws aan hén verteld. Maar ze hebben er niets aan gehad, omdat ze het niet geloofden. Nu is het goede nieuws ook aan óns verteld. Maar wíj hebben het geloofd, en daarom gaan wij die rust wél binnen. Want tegen hen die níet geloofden, heeft God gezegd: "Daarom heb Ik in mijn boosheid gezworen: 'Nooit zullen zij mijn rust binnengaan.' "

 

     En toch ligt zijn plan om hun die rust te geven al klaar vanaf het moment dat Hij de aarde maakte. Want God heeft ergens van de zevende dag gezegd: "God rustte op de zevende dag van al zijn werk." Maar ergens anders: "Zíj zullen nooit mijn rust binnengaan." Toch zijn er dus mensen die wél die rust kunnen binnengaan. Want dat is wat God had beloofd. Maar de mensen die het goede nieuws het eerst hebben gehoord, zijn die rust niet binnengegaan. En dat kwam door hun ongehoorzaamheid.

 

     Daarom geeft God de mensen een nieuwe kans. En Hij geeft die kans vandaag. Want veel later zegt Hij door David in de Psalmen, zoals hierboven staat: "Als u Mij vandaag hoort spreken, wees dan niet koppig en ongehoorzaam." Jozua heeft hen kennelijk niet in Gods rust binnengebracht.  Want dan zou God later niet hebben gezegd dat 'vandaag' de tijd is gekomen om Gods rust binnen te gaan. 

 

     Er bestaat dus nog steeds een belofte van rust voor het volk van God. Want wie Gods rust is binnen gegaan, rust zelf ook van zijn werk, net zoals God rustte van zijn werk. We moeten dus goed ons best doen om die rust binnen te gaan. Want als we ongehoorzaam zijn, zullen we die rust mislopen. Net zoals het volk Israël die rust misliep door zijn ongehoorzaamheid. (1)

 

     In Psalm 95 staat dat het ongehoorzame volk Gods 'rust’ niet zal binnengaan. Is die goddelijke rust er dan eigenlijk wel? Jazeker, al sinds de schepping, waarna God rust van al zijn werk. Maar de belofte van rust geldt ook nog na de intocht in het beloofde land. Want David dichtte lang na de intocht in Psalm 95 opnieuw over een 'vandaag' waarop je voor God moet kiezen om zijn rust binnen te gaan. Er wacht het volk van God dus nog steeds een sabbatsrust. De schrij-ver van Hebreeën wil zo zijn lezers aanmoedigen om alles op alles te zetten om die rust binnen te gaan. Het is niet gemakkelijk: we moeten 'ervoor waken dat iemand ook maar de schijn wekt achter te blijven'. De reis naar Gods nieuwe wereld is zonder risico en de beloning is groot. 

 

     Paulus leert de heiligen de ware aard van Jezus Christus. Hij leert hun over de verzoening van Jezus Christus en enkele zegeningen die uit de verzoening voortvloeien. Paulus verwijst naar de ervaring van de Israëlieten in de wildernis om de heiligen te leren wat ze moeten doen om de rust van de Heer in te gaan. De sabbatdag is het teken en symbool van de rust van de Heer.

 

     Wie de rust van het evangelie ingegaan is, heiligt de sabbatdag als onderdeel van zijn rechtschapen gedrag en ware aanbidding. Op die dag rust hij van zijn wereldse arbeid, zoals God deed na de schepping, als teken dat hij in dit leven de rust van de Heer ingegaan is, een getuigenis van het evangelie heeft, en naar die rust van de Heer, "welke rust de volheid van zijn heerlijkheid is" in het hiernamaals uitkijkt. (2) (3) En dit getuig ik in Jezus Christus naam. Amen.

    

(1. Zie Nieuwe Testament, Hebreeën 4:1-11.)

 

(2. Zie Leer en Verbonden 84:24.)

 

(3. Laat u - NU HET NOG KAN - voorlichten door de priesterschapsdragers van 'De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen', in de volksmond ook wel laatdunkend de Mormonen genoemd.)