Een geest heeft geen vlees en beenderen

 

     Jezus Zelf stond opeens bij hen. Hij zei: "Ik wens u vrede toe!" Ze schrokken vreselijk en dachten dat ze een geest zagen. Maar Hij zei: "Waarom schrikt u zo? Kijk naar mijn handen en voeten. Dan kunnen jullie zien dat IK het ben. 

    

      Voel maar. Een geest heeft geen vlees en botten, maar Ik wel." En Hij liet hun zijn handen en voeten zien. Ze waren zó verbaasd en blij, dat ze het haast niet konden geloven. Daarom zei Hij tegen hen: "Heeft u hier iets te eten?"  Ze gaven Hem een stuk gebakken vis en wat honing. Hij pakte het aan en ze zagen hoe Hij het op at. Hij zei tegen hen: "Dit is wat Ik tegen u heb gezegd toen Ik nog bij u was. Alles wat er over Mij is opgeschreven in de Boeken van Mozes en van de profeten en in de Psalmen, moest gebeuren." Toen zorgde Hij ervoor dat ze eindelijk de Boeken begrepen.

 

     En Jezus zei tegen hen: "Het staat ook in de Boeken dat de Messias moest lijden. En dat Hij op de derde dag moest opstaan uit de dood. Er staat ook dat namens Hem aan alle volken verteld moet worden dat ze moeten gaan leven zoals God het wil. En dat de mensen vergeving kunnen krijgen voor hun ongehoorzaamheid aan God. Het moet beginnen in Jeruzalem. Vertel alles wat u gezien en gehoord heeft. En Ik zal u geven wat de Vader u heeft beloofd. Maar u moet in de stad blijven, totdat u kracht uit de hemel hebben gekregen." 

 

     Hij nam hen mee naar buiten tot bij Betanië. Hij hief zijn handen op en zegende hen. En terwijl Hij hen zegende, ging Hij bij hen vandaan, naar de hemel. Ze aanbaden Hem en helemaal blij gingen ze naar Jeruzalem terug. En ze waren aldoor in de tempel God aan het prijzen. (1)

 

     Ouderling Tad R. Callister, voormalig lid van het Presidium der Zeventig, heeft het volgende gezegd over de onjuiste opvatting dat de opstanding van de Heiland tijdelijk was: "Na zijn opstanding verscheen Jezus aan zijn discipelen en zei: 'Raak Mij aan en zie, want een geest heeft geen vlees en beenderen, zoals u ziet dat Ik heb.' (2)

     Sommigen zeggen dat Hij wel met een lichaam is verschenen, maar dat Hij na naar de hemel te zijn opgevaren zijn lichaam heeft afgelegd en zijn geest vorm op Zich heeft genomen. Maar de Schrift leert ons dat dat niet mogelijk was. Paulus heeft verklaard:

 

     "Wij weten toch dat Christus, nu Hij is opgewekt uit de doden, niet meer sterft. De dood heerst niet meer over Hem." (3) Met andere woorden, toen Christus eenmaal uit de dood was herrezen, kon zijn lichaam nooit meer van zijn geest worden gescheiden, waarvan Paulus juist zegt dat het na zijn opstanding niet meer mogelijk was." (4)

 

     Jezus Christus vraagt aan ieder van ons: "Wilt u nu niet tot Mij terugkeren, en u van uw zonden bekeren en tot inkeer komen, opdat Ik u kan genezen?" Hij belooft: "Wie ook komt, hem zal Ik aannemen." (5)

     De dood is onvermijdelijk, maar de overwinning van de Heiland op de dood zorgt ervoor dat iedereen zal opstaan. Ons lichaam en onze geest zullen in volmaakte gedaante opnieuw worden verenigd. (6)

 

     De verzoening van de Heiland maakt het eeuwige leven, oftewel de verhoging, mogelijk. Voor die zegening moeten we de geboden gehoorzamen. President Russell M. Nelson heeft de weg naar het eeuwige leven "het verbondspad" genoemd. (7) Dat verbondspad loop ik al twintigjaar in een sfeer die boven elke andere sfeer verheven is. (8) En dit getuig ik in de heilige naam van Jezus Christus. Amen.

 

(1. Zie Nieuwe Testament, Lukas 24:36-53.)

 

(2. Zie Nieuwe Testament, Lucas 24:39.)

 

(3. Zie Nieuwe Testament, Romeinen 6:9.)

 

(4. Zie Joseph Smith - Profeet van de herstelling, Liahona, november 2009, blz. 35.)

 

(5. Zie Boek van Mormon, 3 Nephi 13-14.)  

 

(6. Zie Boek van Mormon, Alma 11:43.)

 

(7. Russell M. Nelson, 'Nu we samen verdergaan', Liahona, april 2018, blz. 7.)

 

(8. Laat u - NU HET NOG KAN - voorlichten door de priesterschapsdragers van 'De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen', in de volksmond ook wel Mormonen genoemd.)