Jezus is mijn redder

Ieder mens heeft zijn eigen keuzevrijheid

 

     Het aantal mensen die hun onwetendheid benadrukken is groeiende. De mensheid heeft namelijk een ontzagwekkend gebouw aan kennis geconstrueerd, zo groot dat niemand nog van het geheel kennis kan nemen, waardoor zij tot verregaande specialisatie zijn gedwongen. Tegelijkertijd vinden zij dat we nog heel weinig weten, want elke  vraag die opgelost wordt, levert  tien nieuwe vragen op.

 

     Het gebrek aan kennis heb ik concreet ervaren: Ik was vorig jaar nog behoorlijk actief voor mijn leeftijd, want ik deed alles op de fiets, maakte behoorlijke wandelingen, ik werkte twee ochtenden in de week als vrijwilliger in een verpleeghuis, was lid van een fitness clubje en ik liep een folderwijkje. Maar op een ochtend stond ik op uit mijn bed en kon niet meer op mijn rechter been staan. Mijn knie stond strak van het vocht en ik had een dusdanige pijn dat ik volledig uitgeschakeld was. De dokter stuurde mij naar het ziekenhuis om van mijn knie een röntgenfoto te laten maken. De uitslag was, dat de dokter nog nooit zo een gezonde, jonge, dynamische knie had gezien van een man van mijn leeftijd. Ook de specialist stond voor een raadsel.

 

     Nu gaat het met mij weer goed, maar dat komt omdat ik geaccepteerd heb dat het met mij niet goed gaat. Nu wandel ik niet meer en neem in de trein een vouwfiets mee om daarmee het wandelen zo kort mogelijk te houden. Daar naast ben ik op eigen beweging op dieet gegaan zodat ik daarmee mijn knie kon ontlasten. Niemand heeft mij kunnen vertellen waardoor ik zo'n pijnlijke knie heb gekregen.

 

     De onwetendheid valt ook te illustreren aan de hand van de vraag naar de zin van het leven. Daar kan iedereen zijn eigen antwoord op geven, maar fundamentele zekerheid valt niet te verkrijgen. Ook na duizenden jaren zoeken in talloze culturen weten we niet of dit leven een hoger doel dient. De vraag is wel nuttig, want hij helpt te bepalen wat belangrijk is in het leven, maar de onwetendheid dwingt ook tot bescheidenheid. Die zouden we in zijn algemeenheid wat meer mogen opbrengen, bijvoorbeeld over het vermogen van de wetenschap, want we hebben haar op de plaats van de religie gezet, omdat wij een grotere waarde hechten aan bewijzen, aan meten en weten, maar de wetenschap kan niet de plek van de religie overnemen als het gaat om vragen over het menselijke bestaan.

 

     Maar als God daadwerkelijk zijn hand naar de mensheid uitstrekt en weer hedendaagse profeten aanstelt die uitleg geven over het doel van het leven, ja, dat ieder mens over een eeuwige geest beschikt waar God de Vader van is, dat God heeft gezegd: "Dit is mijn werk en mijn heerlijkheid: de onsterfelijkheid en het eeuwige leven van de mens tot stand te brengen," (1) dan is het toch maar een handje vol mensen die daarin geïnteresseerd zijn.

 

     De overgrote meerderheid wil het bewijs zien dat er zowel een onsterfelijkheid als ook een eeuwig leven bestaat waarin de mens als een herrezen mens verder leeft. Naar het feit, dat dankzij de verzoening van Jezus Christus iedereen deze gave ontvangt, zijn ze ook totaal niet geïnteresseerd laat staan als er een uitleg wordt gegeven over het verschil tussen de onsterfelijkheid en het eeuwige leven. (2)

 

      Ieder mens heeft zijn eigen keuzevrijheid maar als ik naar mezelf kijk dan heb ik mijn keuzes wel tien keer bijgesteld, waar ik mee zeggen wil. "Wat is een keuze?" Ik heb mij laten voorlichten en heb nu een eeuwig toekomstperspectief die zijn weerga niet kent en ik geniet nu van een leerzaam leven in een goddelijke sfeer die boven elke sfeer verkieselijk is. (3) En dit getuig ik in Jezus Christus naam. Amen.

 

(1. Zie Mozes 1:39.)

 

(2. Eeuwig leven, ofwel verhoging, houdt in toegelaten te worden tot de hoogste graad in het celestiale koninkrijk, waar we in Gods tegenwoordigheid in gezinsverband zullen wonen. (2a)  Evenals de onsterfelijkheid wordt ook deze gave mogelijk gemaakt door de verzoening van Jezus Christus. Maar zij vergt wel onze 'gehoorzaamheid aan de wetten en verordeningen van het evangelie.' (2b) 

 

(2a. Zie L&V 131:1-4.)

 

(2b. Zie Geloofsartikelen 1:3.)

 

(3. Laat u voorlichten door de priesterschapsdragers van 'De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen', in de volksmond ook wel laatdunkend de Mormonen genoemd.)