Alleen goddelijke waarheden blijken vat op mij te hebben

 

    Ik las in de psychologiemagazine van januari 2020 iets waarvan de tranen mij in de ogen schoten. Ik las: "Of het nou met collega's, vrienden of het gezin is: samen eten is een uitstekende manier om nader tot elkaar te komen - en dan vooral als het in huiselijke sfeer is."

 

     Ik evalueerde mezelf en zag mij aan tafel zitten in mijn jonge kinderjaren. Ik ben geboren in 1947 als zesde kind in een gezin van zeven kinderen. Ik heb drie broers en drie zusters die ik nooit meer zie. Niet dat ik daar wakker over lig, want praten met elkaar is mij nooit geleerd. Als wij aan tafel kwamen dan zei mijn vader: "Smoelen dicht!" Het staat nog steeds op mijn netvlies dat mijn Vader tijdens het eten, met de pappan mijn zus op haar hoofd wilde slaan. Van schrik stak zij haar elle boog omhoog, wat een deuk in de pan veroorzaakte waar het emaillen vanaf was gespat. (1)

 

     Nu kan ik het een beetje relativeren. Mijn vader was drie jaar toen hij als derde kind zijn eigen vader verloor. Zijn moeder is toen hertrouwd met een andere man zodat mijn vader halfbroertjes en halfzusjes kreeg. Die stiefvader blijkt hem toen de das omgedaan te hebben. Die zag alleen zijn eigen kinderen. Ik heb het mijn vader dus kunnen vergeven.

 

     In de magazine las ik dat Britse onderzoekers 2000 volwassenen een vragenlijst lieten invullen. Zij die daarop aangaven vaker samen te eten, voelden zich gelukkiger en tevredener met hun leven, hadden meer vertrouwen in zichzelf en een grotere sociale groep om op terug te vallen.

 

     Verder las ik: "Een andere reden waarom eten verbindt, is dat het de ideale gelegenheid is om verhalen uit te wisselen en herinneringen op te halen. Op die manier bouwen we een gedeelde geschiedenis op. Daarvoor blijkt het diner overigens het meest geschikt te zijn, meer dan bijvoorbeeld de lunch." Het enige wat ik aan het eten met elkaar heb overgehouden zijn 'goede tafelmanieren'.

 

     Ik las verder in het stuk dat van elkaars bord eten, eten wat de ander al heeft aangeraakt of elkaar voeren, als het toppunt van intimiteit wordt gezien. Ik kreeg inzicht waarom het met mij niet wilde lukken. Ik ben drie keer gescheiden en heb in mijn zoektocht naar 'weet ik niet', acht levens dan wel geloofsovertuigingen (2) aangenomen waar ik weer op terug kwam. Ik ben het contact met mijn kinderen kwijt en constateerde dat het in al mijn psychiaterconsulten, die ik jaren lang heb gedaan, het nooit over is gegaan. Ik heb drie jaar sociotherapie gevolgd met kennelijk de zelfde soort slachtoffers en ik ben tijdens die therapie door niemand daar over aangesproken.

 

     Ook met mijn huidige vrouw, waar ik een eeuwigdurend huwelijk mee heb mogen sluiten, wissel ik vrijwel geen woord. Maar bij haar blijkt dat geen moeilijkheden te veroorzaken, want ook zij is niet zo'n prater. Het lijkt er sterk op dat wij beiden in onszelf gekeerd zijn.

 

     Ik heb eens drie jaar in een Franse gevangenis gezeten en dat blijkt tot dan toe de beste tijd van mijn leven te zijn geweest. Ik heb die tijd gebruikt om een boek over mezelf te schrijven met als titel 'Door Gramschap Gedreven'. Het is mij zo goed bevallen, dat ik in dit laatste huwelijk een kamertje voor mezelf heb waar ik mij, als het maar even kan, mezelf terugtrek en waar mijn columns het daglicht gaan zien. Ik blijk in dat kamertje heel wat te verwerken. Toch ben ik heel gelukkig geworden. Ik heb het gevonden in eeuwig denken. Alleen goddelijke waarheden blijken vat op mij te hebben. (3) En dit getuig ik in Jezus naam. Amen.

 

(1. Van die arm heeft zij maanden lang last gehad.)

 

(2. Ik ben geboren in een Rooms-katholiek gezin en daarna heb ik 'weet ik niet' gezocht in de Nederlandse rechtsstaat, in het Hindoeïsme, in de reïncarnatie filosofie, in het kapitalisme, in het liberalisme, in de Islam en bij de Jehova's Getuigen.)

 

(3. Laat u voorlichten door de priesterschapsdragers van 'De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen', in de volksmond ook wel laatdunkend de Mormonen genoemd.)