De hele wereld verdringt zijn angst en/of is verblind

 

   Men gaat er in de wereld vanuit dat een minder angstige  omgang met de dood misschien pas mogelijk is, als we eerst het gevoel van sterke teleurstelling en lichte wanhoop ervan accepteren. Velen gaan er dan vanuit dat er een gezellige geestenwereld bestaat, waar je overleden groot ouders nonstop vol liefde op je neerzien.

 

     Het denken van Boeddha (560-480 v.Chr.) staat voor een groot deel in het teken van de angst voor de dood. Hij blijkt de zoon van een rijke vorst te zijn die in de grootste luxe opgroeit, waardoor hij geen besef heeft van het feit dat het bestaan ook een duistere kant heeft. Maar tijdens een rijtoer wordt hij plotseling geconfronteerd met een oude man, een zieke en een rottend lijk. Met een schok beseft Boeddha dat ook hij sterfelijk is.

 

     Door de Indiase reïncarnatieleer die traditioneel is in India wordt hij niet getroost, want hij ontdekt dat de mens na iedere dood weer een nieuw leven vol angst en stressvolle gebeurtenissen moet ondergaan. Uit een van zijn biografieën blijkt dat hij zich erover verbaast dat veel mensen hun ogen voor de realiteit van de dood sluiten, terwijl dit einde iedereen te wachten staat en toch de hele wereld er bang voor is. Dit brengt hem tot de conclusie dat de harten van de mensen die op hun tocht naar de dood kalm blijven zo hard als steen moeten zijn. Hij ontkent niet dat de dood heel erg akelig is, maar wie dit lijden wil overstijgen, zal het uiteindelijk eerst moeten erkennen.

 

     Boeddha begint aan een filosofische zoektocht door zijn  luxe leventje op te geven en na een lange worsteling bereikt hij de 'verlichting’, waardoor hij in staat is zijn angst voor de dood achter zich te laten. Hij wordt beroemd om zijn preek waarin hij erop wijst dat de mysterieuze en onbeschrijflijke toestand van de dood in verbinding staat met het ongeborene, waarmee hij bedoelt dat de verlichte mens door de dood innerlijk terugkeert naar de toestand waarin hij verkeerde voor hij geboren werd, waardoor het leven, de dood en het ermee gepaard gaande lijden geen vat meer op hem heeft en daardoor een onuitsprekelijke gelukzaligheid ervaart.

 

     Boeddha zat duidelijk op de goede weg. De Vader van onze geest waardoor Hij bekend staat als onze hemelse Vader heeft een plan voor ons uitgewerkt. In dat plan ligt besloten dat we zijn tegenwoordigheid verlaten om op aarde een sterfelijk lichaam van vlees en bloed op ons te nemen. Uiteindelijk zal ons lichaam sterven, waarna onze geest naar de geestenwereld gaat. De geestenwereld is een plek waar we afwachten, werken, leren en - althans de rechtvaardigen - uitrusten van onze zorg en droefenis.

 

     Onze geest woont daar totdat we klaar zijn voor onze opstanding. Dan zal ons lichaam zich met onze geest herenigen en zullen wij één van de drie graden van heerlijkheid krijgen waarop we ons hebben voorbereid. Het woord reïncarnatie komt in dit gehele plan niet voor.

 

     Hedendaagse profeten hebben gezegd dat de geesten van gestorvenen in onze nabijheid zijn. "Soms is de sluier tussen dit leven en het volgende heel dun. Onze dierbaren die dit leven hebben verlaten zijn in onze nabijheid." (1)  "Dat de na sterfelijke geestenwereld op aarde is, ja, om ons heen." (2) Geesten hebben dezelfde lichaamsvorm als stervelingen, zij het dat een geestlichaam een volmaakte vorm heeft. (3)  (4) En dit is mijn getuigenis in naam van Jezus Christus. Amen.  

 

(1. President Ezra Taft Benson, Conference Report, april 1971, blz. 18; of Ensign, juni 1971, blz. 33.)

 

(2. Zie President Brigham Young, 'Leringen van kerkpresidenten', 1997, blz. 279.)

 

(3. Zie Ether 3:16.)

 

(4. Laat u voorlichten door de priesterschapsdragers van 'De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen', in de volksmond ook wel de Mormonen genoemd.)