Ik heb jaren lang in een situatie geleefd dat mijn gedachten mij treurig maakten. Ik denk dat dit kwam omdat het wereldse denken erg beperkt was, als ik dat met mijn huidige eeuwige heilige en goddelijke waarheden vergelijk die op mijn vijfenvijftigste levensjaar in mijn bereik kwamen. Nu ben ik inmiddels gegroeid in mijn eeuwig denken wat mij inzicht heeft gegeven dat het wereldse denken veel beperkingen aan mensen oplegt die met het eeuwige denken mij een veel groter vrijheidsgevoel geven en waar mijn bescheidenheid meer tot zijn recht kan komen.

 

     Om te beginnen vond ik het frustrerend dat ik nooit de zekerheid had of mijn denken overeenstemde met de werkelijkheid. Nu denk ik - zonder hoogmoedig te worden - dat ik wereldsgezien voor de rationele analyses van de wereld grotendeels te volwassen ben geworden.

 

     Een volgende bron van frustratie was dat mijn denken geen rechtlijnig geordend proces was. Het nam mij constant op sleeptouw want in mijn concentratie werden mijn gedachten voortdurend vertroebeld en veranderden ze van richting. Zelfs tijdens het liefdesspel kwamen er ongewild gedachten aan een ander in mij op, ja, alsof één rimpel in de vijver mijn gedachten weer op een heel ander spoor brachten. Nu heb ik mij een goddelijke rechtlijnigheid eigen kunnen maken, waarmee ik als een rots in de branding in mijn afspraak met God kan volharden en een zekerheid heb gekregen dat wat God belooft, Hij dan ook laat gebeuren.  


     In de wereld waar ik leef is er in mijn gevoel een treurige schijnbare tegenspraak geslopen omdat onze meest intieme gedachten en het unieke in ons een gelijktijdig gemeenplaats zijn geworden. Laat ik dit uitleggen met een voorbeeld: Marjolein Meijer, voorzitter van GroenLinks, heeft (gedwongen) haar ontslag aangeboden aan het bestuur van de partij. Ook Kamerlid en partijgenoot Rik Grashoff is (gedwongen) opgestapt. De twee hebben een relatie, maar hebben gelogen over wanneer die was ontstaan.

 

     Ik vind daarentegen dat het mooie denken van elke persoonlijkheid zijn meest persoonlijke eigendom is waar een ander niets bij nodig heeft. Het feit dat beiden het niet nodig vonden openbaar te maken wanneer hun relatie is ontstaan kan naar mijn gevoel nooit ertoe leiden dat zij onbetrouwbaar zijn geworden of dat gewoon al waren.

 

     Ik vind dus dat ik er goed aan gedaan heb om de wereld waarin ik leef de rug toe te keren. Ik ben namelijk van mening dat het onze plechtige plicht is om elkaar lief te hebben, elkaar te vertrouwen; dat het onze plicht is om elkaars 'fouten en vergissingen' - voor zover ze dat zijn, te vergeven en ze niet onder elkaar of voor het oog van de wereld uit te vergroten.

 

     Ik behoor nu gelukkig bij 'De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen' waar ik weinig vitterij, achterklap en kwaadsprekerij tegen kom. We zijn trouw aan elkaar en aan elk beginsel van onze godsdienst en zijn niet afgunstig op elkaar. We proberen elkaar te begrijpen. We zijn ook niet jaloers of boos op anderen en laten geen gevoelens toe in ons hart, die ons ertoe brengen anderen hun overtredingen kwalijk te nemen.

 

     Nee, er zijn geen onverzoenlijke gevoelens in ons hart, want iedereen is een geestkind van God en daarom zijn wij geestelijk gezien familie van elkaar en is ieder mens een broer of een zus van mij, wie zij ook mogen zijn. (1) En dit is mijn getuigenis in naam van Jezus Christus. Amen.

 

(1. Laat u voorlichten door de priesterschapsdragers van 'De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen', in de volksmond ook wel de Mormonen genoemd.)

 

Ieder mens is een broer of zus van mij