De dood is een draak die zelf dood moet?

 

     De Zweedse filosoof Nick Bostrom is een van de grote namen van het transhumanisme: de stroming die oppert dat we door middel van technologische vooruitgang menselijke tekortkomingen kunnen overstijgen. Het gaat daarbij om méér dan techniek die ons leven makkelijker maakt. Een bril bijvoorbeeld kan er weliswaar voor zorgen dat je beter ziet, maar verandert niets essentieels aan je mens-zijn. Bij transhumanisme gaat het bijvoorbeeld over pilletjes die je persoonlijkheid veranderen, bewustzijn dat in een computer kan worden geüpload en het verlengen van onze levensverwachting. Bostrom vindt dat dit een andere manier van denken vraagt.


     Hij onderbouwt dit met zijn tot de verbeelding sprekende essay 'De mythe van de Draak Tiran' (2005), dat meer leest als een sprookje dan als een filosofische theorie. Hij schetst het beeld van een koninkrijk dat geteisterd wordt door een draak. De draak eist elke avond een offermaal van 10.000 mensen. De gehele samenleving is erop ingericht om dit zo efficiënt mogelijk te laten verlopen.

 

     Geestelijken voeren allerlei redenen aan waarom het goed is dat de draak er is: de draak heeft ook recht op eten en is een goed middel tegen overbevolking. Zij die probeerden de draak te verslaan worden als gekken weggezet.

 

     Als er iemand op een gegeven moment een wapen uitvindt om de draak te verslaan, reageren de bestuurders van het koninkrijk dan ook argwanend. Er zou geen budget zijn in de staatskas voor het wapen, omdat dit opgaat aan de spoorlijnen die de offers op tijd bij de draak moeten brengen. Als het uiteindelijk toch lukt om de draak te verslaan is iedereen blij, maar de koning denkt: waarom hebben we dit niet jaren eerder gedaan?


     De draak is een metafoor voor de dood. Bostrom heeft niet zoveel op met de denkwijzen van sommige van de andere auteurs in deze encyclopedie. Dat ziet hij als laffe uitwegen om de draak niet onder ogen te zien. We moeten volgens hem ophouden met denken dat de dood bij het leven hoort; pas dan kunnen we de dood overwinnen.

 

     Negentienjaar geleden ben ik volledig uit deze wereld gestapt en ben weer als een kind geworden in een hele andere cultuur. (1) Ik heb in die cultuur geleerd dat de Vader van mijn geest, voor ons behoud een plan heeft uitgewerkt. In dat plan ligt besloten dat we - toen we nog in ons voorbestaan in Zijn tegenwoordigheid leefden - zijn tegenwoordigheid verlaten hebben om op aarde een sterfelijk lichaam van vlees en bloed op ons te nemen. Uiteindelijk zal ons lichaam sterven, waarna onze geest naar de geestenwereld gaat.

 

     De geestenwereld is een plek waar we afwachten, werken, leren en, althans de rechtvaardigen, uitrusten van onze zorg en droefenis. Onze geest woont daar totdat we klaar zijn voor onze opstanding. Dan zal ons lichaam zich met onze geest herenigen en zullen wij de graad van heerlijkheid krijgen waarop we ons hebben voorbereid.

 

     Een hedendaagse profeet heeft gezegd: "Soms is de sluier tussen dit leven en het volgende heel dun. Onze dierbaren die dit leven hebben verlaten zijn in onze nabijheid." (2) De dood is dus een onderdeel van onze onsterfelijkheid en is voor de nabestaanden veel moeilijker te bevatten dan voor de overledene. (3) Van de dood hoeven wij niet bang te zijn, want wij zullen er niets van merken. En dit is mijn getuigenis in Jezus naam. Amen.    

 

(1. De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen', in de volksmond ook wel laatdunkend de Mormonen genoemd.)

 

(2. Ezra Taft Benson, Conference Report, april 1971, blz. 18; of Ensign, juni 1971, blz. 33.)

 

(3. Laat u - NU HET NOG KAN - voorlichten door de priesterschapsdragers van genoemde kerk in 1.)