Dan is er aan mijn nieuwe adres geen vuiltje aan de lucht

 

     Behalve de onontkoombaarheid, die al beklemmend genoeg is, zit er in de moderne oorlogsvoering een groot gevaar van escalatie. Dat begint bij de onduidelijkheid wie de vijand nu eigenlijk is. De Nederlandse regering zat, nadat de MH17 werd neergehaald, met de handen in het haar: met wie moet je onderhandelen en wie moet je bestrijden? Is er een duidelijke vertegenwoordiging? Op het internet borrelde de onderbuik al snel op, en werd opgeroepen om de Luchtmobiele Brigade er op af te sturen – sommigen suggereerden zelfs Badr Hari.

 

     Dit zijn natuurlijk tamelijk onschuldige oprispingen, maar geheel toevallig zijn ze niet. Er bestaat grote woeden bij reguliere strijdkrachten ten aanzien van guerrilla's. Er is iets onaanvaardbaars aan mensen die geen deel uitmaken van reguliere legers. Men constateert dat de regels van oorlogsvoering tussen beschaafde staten al snel opzij werden geschoven bij andere types van strijd. Zoals koloniale oorlogen tegen wilden, burgeroorlogen en revoluties, of oorlogen tegen partizanen. Dit zijn geen vijanden die overwonnen moeten worden, maar eerder net als terrorisme een soort onkruid dat moet worden vernietigd. 

 

     Denk aan de enorme hoeveelheden ontbladeringsmiddelen als chemisch wapen, die tijdens de Vietnam oorlog zijn ingezet om de guerrillastrijders van de Vietcong te bevechten. Maar we zien een dergelijke escalatie ook in Gaza en Israël. Het aantal burgerdoden loopt daar snel op - er is blijkbaar veel geoorloofd in het uitschakelen van Hamas en dat kan ook niet anders want door hun takiya (1) gedrag is met die Palestijnen geen goed garen te spinnen.

 

     De vijand wordt juist in een oorlog tegen guerrilla's in morele termen beschreven. De moralisering van de strijd betekent dat alle inperkingen die in een 'normale' oorlog gelden, opzij kunnen worden geschoven. De regels gelden niet langer, want de ander is een 'totale vijand'. (2)

 

     Maar ze doen maar, want ik ben met de dood niet uitgeschakeld maar treed dan toe in een nieuwe fase van de eeuwigheid. Als ik goed geleefd heb dan heb ik een belofte. Ik heb namelijk met God een verbond gesloten. Mijn geesteslichaam ziet eruit zoals het er uitzag in het voorsterfelijk bestaan, als een menselijk lichaam in een perfecte, volwassen vorm. (3) Na mijn dood zal mijn geest dezelfde opvattingen, begeerten en verlangens hebben die ik op het moment van mijn lichamelijke dood heb. (4) Mijn geest is dan een soort materie, alleen 'fijner of reiner'. (5)

 

     De geesten in de geestenwereld zijn opgedeeld tussen twee belangrijke  afdelingen: het paradijs en de gevangenis. De rechtvaardige geesten gaan naar het paradijs dat 'een staat van rust is, een staat van vrede, waarin zij van al hun moeiten, en van alle zorg en droefenis zullen uitrusten.' (6) De geesten van de mensen die ongehoorzaam zijn aan de geboden gaan naar een geestengevangenis. (7) Zij kunnen nog steeds tussen goed en kwaad kiezen en het evangelie aanvaarden of verwerpen. De geesten in het paradijs kunnen hen in het evangelie onderwijzen. (8) Alle geesten in de geestenwereld beschouwen de scheiding van hun geest en lichaam als 'een gevangenschap'. (9)

 

     Kortom: Zolang ik mij hou aan al mijn verbonden en verordeningen die ik met God heb gesloten en aan zijn geboden, dan is er aan mijn nieuwe adres geen vuiltje aan de lucht. (10) En dit getuig ik Jezus Christus naam. Amen.

 

(1. Takiyya is een theologisch concept en betekent 'zich beschermen tegen'. Het leerstuk staat moslims toe om hun geloof te verbergen, te loochenen of hun tactiek aan te passen als ze bedreigd of vervolgd worden, waardoor burgerdoelen als militair doel gebruikt worden. Dit doen zij om - nadat het burgerdoel door de vijand is uitgeschakeld - met camerawerk de publieke opinie te beïnvloeden.)

 

(2. Zie Filosofiemagazine van maart 2020.)

 

(3. Zie Ether 3:16; Leringen van kerkpresidenten: Joseph F. Smith,1998, blz. 131-132.)

 

(4. Zie Alma 34:34.)

 

(5. Zie Leer en Verbonden 131:7.)

 

(6. Zie Alma 40:12.)

 

(7. Zie Petrus 3:18-20.)

 

(8. Zie Leer en Verbonden 123.)

 

(9. Zie Leer en Verbonden 45:17, 138:50.)

 

(10. Laat u voorlichten door de priesterschapsdragers van 'De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen', in de volksmond ook wel de Mormonen genoemd.)