Een geestelijke voldoening die ik nooit kwijt wil raken

 

     Volgens velen zijn er vragen die je jezelf kunt stellen wanneer je lijdt onder een vorm van perfectionisme. Een hoge standaard hebben is volgens hen op zich prima, maar hoe buitensporig is de jouwe? Helpt deze standaard je echt verder? Hoe streng volgens de regels zijn de eisen die je aan jezelf stelt, ben je bereid ze aan te passen? Is de conclusie dat je standaard veel te hoog is, te veel over "moeten" gaat en je niet verder brengt, dan wordt het tijd hem bij te stellen en het werkbaarder gaat maken. Toch?

 

     Merk je dat je als enige op de afdeling overwerkt, omdat 'het werk niet af is', heb je last van slapeloze nachten vol gepieker en vergelijk je jezelf met je collega's, dan moet je jezelf waarschijnlijk afvragen: is mijn hoge standaard wel reëel? Laat ik me niet te veel in mijn nek hijgen door wat anderen van mij verwachten?

 

     De hulpvaardige vinden dit maar moeilijke vragen en doe je volgens hen er goed aan om naar jezelf van een afstand te kijken, alsof je een sympathieke, zachtmoedige vreemde bent. Dat kun je volgens hen doen door je gevoelens en gedachten op te schrijven en bij het lezen daarvan te bedenken welk vriendelijk advies je de schrijver zou willen geven. Zo sla je dan de weg in om milder naar jezelf te worden, wat de weg vrijmaakt om je perfectionistische gedrag om te buigen naar "gewoon is goed genoeg".

 

     Nu denk ik ook dat dit te maken heeft met hoe je instelling is. Als je goed je best doet, niet tussendoor gauw  iets voor jezelf doet of je collega's van hun werk houd, dan hoeft naar mijn gevoel de lat niet hoger te leggen. U mag uzelf best wel ambitieus of grensverleggend vinden, maar als u diep in uw hart weet dat u zichzelf wat wijs maakt, u niet grensverleggend bezig bent en kost uw bewijsdrang en prestatiedrang u heel veel energie, dan weet u drommels goed dat uw doelstellingen soms te hoog en verre van realistisch zijn.  

 

     Nu zijn er werknemers  die bij de werkgever een wit voetje willen halen. (1) Mij is dat in mijn werkzame leven vaak verweten en mijn collega's hadden daar een vulgaire uitspraak over. Ik zei namelijk, als er veel gepraat werd op het werk, dat ik naar mijn werk was gekomen om te werken en niet om te praten.

 

     Achttien jaar geleden ben ik geswitcht (2) naar een andere cultuur. (3) Ik ben toen volledig van het aardse denken afgestapt, want ik vond  mijn 'weet ik niet', in eeuwige waarheden die al bestonden vóór dat deze aarde werd geschapen. Ik kan mezelf nu fanatiek voelen zonder dat men daar acht op slaat.

 

     Ik kan er nu van op aan dat mijn macht vele keren door God vermenigvuldigd kan worden. Alles wat Hij vraagt is, dat ik mijn best doe en mijn hart erin leg. Ik doe het blij  moedig en met het gebed in mijn hart. De Vader van mijn geest en mijn geliefde oudste broer Jezus hebben de Heilige Geest  gestuurd als metgezel om mij leiding te geven.

 

     Mijn inspanning wordt nu op een eerlijke manier groot- gemaakt in het leven van de mens die ik dien. Oké, ik kijk terug op wat nu moeilijke tijden en een offer lijkt te zijn, maar ervaar het als een zegen en dat ik weet dat de mens die ik dien niet door mij geestelijk is opgebouwd, maar door mijn hemelse Vader die het mogelijk heeft gemaakt dat ik dat kon. En zo kom ik bij de eeuwigdurende liefde en het geluksgevoel, een geestelijke voldoening die ik nooit meer kwijt wil raken. (4) En dit getuig ik in Jezus naam. Amen.  

 

(1. Of in een goed blaadje willen komen.)

 

(2. Ik ben geboren in een Rooms-katholiek gezin en daarna heb ik 'weet ik niet' gezocht in de Nederlandse rechtsstaat, in het Hindoeïsme, in de reïncarnatie filosofie, in het kapitalisme, in het liberalisme, in de Islam en bij de Jehova's Getuigen.)  

 

(3. 'De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen', in de volksmond ook wel laatdunkend de Mormonen genoemd.) 

 

(4. Laat u voorlichten door de priesterschapsdragers van genoemde kerk in 3.)