De zelfde manier waarop een geloof in God tot stand komt

 

     Wetenschap heeft geleid tot baanbrekende kennis over onszelf, onze omgeving, onze planeet en ons universum. Maar we moeten niet denken dat wetenschap altijd tot  betrouwbare kennis leidt. Wetenschap is heerlijk kneedbaar en kun je alles zeggen wat je wilt. En dat gebeurt ook.

 

     Neem bijvoorbeeld mindfulness. Veel mensen zijn ervan overtuigd dat meditatie en andere aandachtsoefeningen ervoor zorgen dat ze er veel gelukkiger, creatiever en productiever van geworden zijn. Maar in 2017 publiceerden vijftien onderzoekers een lange lijst met tekortkomingen in mindfulness. Zo is er volgens hen te weinig aandacht voor de negatieve effecten. Ook hanteert volgens hen niet iedereen dezelfde definitie, en meet iedereen aandacht, concentratie of geheugen op een andere manier.   

 

     Maar elke mindfulness wetenschapper blijkt zelf te mediteren. De meesten raakten al verslingerd aan meditatie voordat ze besloten de voordelen voor lichaam en geest aan een wetenschappelijk onderzoek te onderwerpen. De onderzoekers vinden dat gevaarlijk: als jij al volledig overtuigd bent van de positieve effecten ervan, wordt volgens hen je onderzoek al snel onbetrouwbaar.  

 

     Ik denk dat wanneer bijvoorbeeld een student geen geloof had in de succesvolle beëindiging van zijn studie, dan zou hij nimmer een begin hebben gemaakt. Geloof is dus volgens mij onontbeerlijk. Met betrekking tot het bestaan, het gezag en de eigenschappen van God, de getuigenissen van vele heilige mannen uit vroegere en tegenwoordige tijden - profeten, van wie hun geloofwaardigheid door het in vervulling gaan van hun profetieën werd bevestigd - die eensgezind de plechtige waarheden hebben verkondigd, terwijl de natuur rondom ons aanvullende bewijzen leverde; wanneer wij dergelijke aanwijzingen verwerpen zonder het tegengestelde te bewijzen, dan veronachtzamen wij de meest erkende werkwijze op het gebied van onderzoekingen en naspeuringen, die de mens bekend zijn.

 

     Een dergelijke ontwikkeling van geloof en overtuiging op grond van aanwijzingen zien wij ten tijde van een zekere Pinksterviering, toen duizenden Joden met een uitgesproken vooroordeel - dat Jezus een bedrieger was - luisterden naar het getuigenis van de apostelen en de daarmee gepaard gaande wonderen en tekenen waarnamen. Drieduizend van hen werden  van de waarheid doordrongen en werden volgelingen van Jezus. Hun vooroordeel maakte plaats voor geloof en dat geloof ontwikkelde zich tot een vertrouwen en overtuiging met de daaruit voortvloeiende werken. (Zie Handelingen 2.) Of het ook zo gewerkt heeft bij hen die dwepen met mindfulness is niet te zeggen, maar als jij al volledig overtuigd bent van de positieve effecten van mindfulness, dan heb je geen onderzoek meer nodig.

 

     De grondslag voor een vertrouwen in mindfulness, is dus een oprecht geloof daarin en een kennis daarvan, zoals door aanwijzingen en getuigenissen wordt ondersteund; precies op de zelfde manier waarop een geloof in God tot stand komt. Zonder geloof zouden wij geen werk verrichten waarvan de vruchten nog in de toekomst liggen. De mens zou in het voorjaar niet zaaien, wanneer hij geen geloof had, dat hij in het najaar zou kunnen oogsten.

 

    Geloof is dus voor mij de grondslag van hoop, waaruit mijn aspiraties, ambities en vertrouwen voor de toekomst ontspringen en mijn overtuiging wordt versterkt omdat ik er gelukkig van wordt. En dit getuig ik in Jezus naam. Amen.