Zo bereikt het woord van God ons bijna altijd

 

     Ik heb tussen mijn echtscheidingen door drie keer alleen moeten wonen en dat is mij goed bevallen. Het gaf mij een geweldige vrijheid waarin ik niets moest, niets hoefde en mij nergens toe gedwongen voelde. Ik had rust en kon de dingen doen die ik wilde, in het tempo dat ik zelf bepaalde. Na mijn tweede echtscheiding voelde ik mij wel gevangen in allerlei rechtszaken die ik met mijn ex te beslechten had, maar omdat ik alleen was had ik alle tijd om al deze rechtszaken naar mijn hand te zetten. Alleen de omgangs-regeling met mijn twee zonen heb ik helaas niet naar mijn hand kunnen zetten, sterker zelfs, het werd mij verboden contact met hen te onderhouden.

 

      Tijdens mijn jeugd was ik eigenlijk, nu ik het achteraf bekijk, eenzaam en moet mij gevangen gevoeld hebben in de verwachtingen van de ander. Ik had er namelijk niet om gevraagd geboren te worden. Ik dacht hier al aan toen ik zeven of acht jaar was en ik meende het in mezelf terwijl ik daar nooit over heb gesproken. Ik was zelfs een beetje boos, alsof ik uit het paradijs was verdreven - ik, die niemand iets had aangedaan. Waarom moest ik leven, de ergste straf die een mens kan krijgen?

 

     Toen ik ouder was droomde ik ervan mijn gevoel onvertaald te kunnen delen met absolute diepgang, ja, door mijn brein in contact te brengen met een ander brein en zo elkaar echt te kunnen tonen wat we bedoelden. Maar in de praktijk vond ik spraak zo beperkt dat het voor mij vrijwel onmogelijk was om met praten alles over te brengen, terwijl daarnaast praten uitstekend geschikt was om dingen te verbergen of mensen te misleiden.

 

     Op mijn vijfenvijftigste levensjaar kwam daar verandering in en kwam ik in contact met zaken die ik wel begrijp, waar ik in geloof en altijd onbewust op had gehoopt, ja, hoe geestelijk gezien het licht speelt door de bladeren en het ruisen van de wind. Dit zijn zaken die tot op de dag als vandaag iets in mij blijven doen. Ik denk dan wel eens: had alles in mijn leven zich maar zo afgespeeld, want dan was ik altijd waarlijk vrij geweest en had ik geweten wie ik wekelijk ben. Mijn wereld is nu zonder verdriet, zonder teleurstelling en zonder verrassingen en leugens. Nu zou ik graag willen dat anderen de schoonheid van mijn leven zien die ik niet alleen kan zien maar ook aan den lijve ondervindt.

 

     Er is mij namelijk geen grotere zegen gegeven dan de gave van de Heilige Geest - het gezelschap van de Heilige Geest om mij te leiden, te beschermen en te zegenen; om als het ware als een zuil voor mij uit te gaan en als een vlam die mij leidt op paden van rechtschapenheid en waarheid. Die leidende macht van het derde lid van de Godheid heb ik gekregen door zo te gaan leven dat ik die waardig ben.

 

     Zo bereikt het woord van God ons bijna altijd: niet door bazuingeschal, niet door geleerden, maar door de stille, zachte stem van openbaring. Als we luisteren naar hen die filosofisch tevergeefs naar wijsheid zoeken en hun middeltjes tegen de ziekten van de wereld luid verkondigen, ben ik geneigd om net als de psalmist te zeggen: "Geef het op en weet dat Ik God ben" (1) en net als de Heiland: "Wie oren heeft om te horen, laat hij horen." (2) En zo is het. Ik hoor een stille, zachte stem. Die komt in antwoord op mijn gebeden. En die hoor ik in de influisteringen van de Geest. Dat kan bijvoorbeeld in de stilte van de nacht gebeuren. Twijfel ik daaraan? Absoluut niet, want ik maak dat al zeventien jaar mee. En dit is mijn getuigenis in Jezus naam. Amen. 

 

(1. Psalmen 46:11)

 

(2. Mattheüs 11:15.)