Ik ben verantwoordelijk voor mijn keuzes

 

     Omdat ik voor het vergaren van mijn achtergrond informatie veel het internet afstruin, ben ik er achter gekomen dat twee vrienden van elkaar verstandelijk afstand hebben genomen, omdat de twee persoonlijk en filosofisch van elkaar verschilden. Ik noem ze voor het gemak Jan en Piet. Doorslaggevend was, dat  Jan de confrontatie met een materialistische visie niet aankon. Een leven zonder God en zonder hoop op verlossing was voor hem te somber, terwijl Piet daarentegen begreep dat hij tegen zijn eigen instincten moest ingaan als je wilt filosoferen. Hij ging van het standpunt uit dat als je graag wilt dat iets waar is, dat je dan goed moet opletten of je jezelf niet bedriegt. Jan geloofde ondanks alles toch in God uit psychologische behoefte, omdat hij wilde dat God bestond, en dat maakte hem volgens Piet een slechte filosoof, want hij had zich tegen die neiging verzet, wat volgens hem veel moeilijker en moediger bleek te zijn.

 

     Piet vond namelijk dat gelovigen in discussies altijd hetzelfde argument gebruiken: natuurlijk moet er een God zijn, anders is toch alles zinloos? Piet noemt het een vorm van narcisme, dat mensen niet onder ogen willen zien dat het universum en zijzelf volstrekt betekenisloos zijn en aan het toeval onderworpen zijn. Jan daarentegen vindt het niet eenvoudig om met dat besef van zinloosheid te leven. Dat vond Piet ook. Hij was overtuigd materialist, maar als je materialist bent, dan is het moeilijk om je gedragslijn te volgen en dat daarin je wil niet vrij is in de zin van ongedwongen te zijn , want als je echter moreel wilt handelen, heb je de vrije wil nodig. Voor Jan was de moraal belangrijk; die wilde hij niet helemaal overboord gooien. Dus daar zat een spanning tussen in wat Piet denkt en wat Jan wil geloven. Die spanning tussen een vrije en niet vrije wil was namelijk in twee belevingswerelden niet op te lossen. Dat blijkt ook, want vandaag de dag worstelen velen in de wereld met hetzelfde probleem van de vrije wil.

 

     Toen ik dat zo gelezen had dacht ik bij mezelf dat er met mijn vrije wil niets mis was, want ook ik heb in dit leven keuzevrijheid. Mijn gebruik van deze gave bepaalt of ik in dit leven en in het volgende gelukkig of ongelukkig ben. Hoewel ik vrij ben om naar eigen inzicht te kiezen en te leven, kan ik niet de gevolgen van mijn keuzes kiezen. Die zal ik misschien niet onmiddellijk ervaren, maar ze zullen altijd volgen. Goede en rechtschapen keuzes leiden tot geluk, vrede en eeuwig leven, terwijl zondige en slechte keuzes uiteindelijk tot hartzeer en ellende leiden.

 

     Ik ben dus verantwoordelijk voor mijn keuzes. Ik kan niet mijn omstandigheden, mijn vrouw of mijn vrienden de schuld geven als ik ervoor kiest ongehoorzaam aan Gods geboden te zijn. Ik ben een kind van God met grote kracht. Ik heb het in mij om, ongeacht mijn omstandigheden, voor rechtschapenheid en geluk te kiezen.

 

     De wereld verkondigt vele onwaarheden over keuzevrijheid. Velen hebben de opvatting: "Eet, drinkt en wees vrolijk; en mochten wij toch schuldig zijn, dan zal God ons met enkele striemen slaan, en ten slotte zullen wij het heil verkrijgen." (2 Nephi 28:8.) In tegenstelling tot wat de wereld ons voorhoudt, leren de Schriften mij dat ik keuzevrijheid bezit. Als ik die keuzevrijheid op een rechtschapen manier aanwend, nemen mijn mogelijkheden en mijn vermogen om ernaar te handelen en eeuwige vooruitgang te maken altijd toe. En dit is mijn getuigenis in Jezus naam. Amen.