Ik ken geen angst

 

     Ik hoor wel eens van mensen die een angstig bestaan lijden. Ze tobben wat af waar ze doodmoe van worden.    De enige angst die op mijn pad is gekomen, is hoogtevrees, andere vormen van angst zijn mij totaal onbekend. Ik heb ook gehoord dat mensen die geen angst kennen in het dagelijks leven veel minder vermoeid zijn. Ik ben in mijn leven wel eens ergens van geschrokken, maar dat was een gevaar dat ik opeens onder ogen kreeg. 

 

     Op sommige momenten schieten er vreselijke gedachten door mijn hoofd, maar die hebben eerder met agressie te maken dan met angst. Ik kan mij namelijk vreselijk lopen op te winden als mensen mij een vreselijke ziekte toewensen, of die mij een faillissement gunnen of mij beschuldigen van een schandelijk geheim, terwijl ik van de prins geen kwaad weet. Maar ik ben nog nooit gekweld door jaloezie, achterdocht of in mijn gedachten achtervolgd door verhalen over het hellevuur die ik als kind hoorde.

 

     Ik probeer mezelf wel te verplaatsen in mensen die onder angst gebukt gaan. Ik probeer mij dan in te leven in hun leven en constateer dat dergelijke mensen waarschijnlijk de verkeerde techniek toepassen bij het aanpakken van hun angst, want als de angst in hun opkomt, proberen ze aan iets anders te denken; ze leiden hun gedachten af met amusement of werk of wat dan ook. Maar ik denk dat elke vorm van angst erger wordt als er geen aandacht aan wordt besteed.

 

     Als ik merk dat ik de neiging heb over wat dan ook te tobben, ga ik altijd uit mezelf er nog meer aan te denken dan ik gewoonlijk zou doen, met als resultaat dat de ziekelijke aantrekkingskracht er op het laatst vanaf is.

 

    Ik denk dat ik mijn angstloze bestaan te danken heb aan mijn karakter, want alle veiligheid, alle rechtschapenheid en alle geluk bevinden zich aan de kant van de Heer. Als ik de sabbat heilig en zo de geboden van God naleeft, als ik mijn persoonlijke en gezinsgebeden nakomt, als ik dankbaar ben voor mijn voedsel en mijn dank aan God uit, als ik mijn naaste als mezelf liefheb, als ik eerlijk ben tegenover mijn naasten, als ik het woord van wijsheid naleeft, dan bevind ik mij aan de kant van de Heer. En zo zou ik dat voor elk van de tien geboden en alle andere geboden kunnen doen die God mij als leidraad heeft gegeven, want alles wat mijn leven verrijkt, mij gelukkig maakt en mij voorbereid op eeuwige vreugde, bevind zich aan de kant van de Heer, terwijl het bekritiseren van de zaken die God mij als richtsnoer heeft gegeven, zich daar niet bevind. 

 

     De Heer heeft gezegd: "Ik, de Heer, kan de zonde niet met de geringste mate van toelating aanschouwen," ik herhaal: "niet met de geringste mate van toelating." (Zie L&V 1:31.) Waarom niet? Omdat Hij weet dat ik, als ik zondig, een zegen misloop die ik zou genieten als ik niet van het pad was afgegaan dat naar die zegen leidt.

 

     Ik beslis dus zelf waar ik wil zijn. God heeft mij mijn keuzevrijheid gegeven. Hij neemt die niet van mij weg, en als ik iets doe wat verkeerd is en het grondgebied van de duivel betreed, doe ik dat omdat ik de wil en de macht daartoe heb. Ik kan daar niemand anders de schuld van geven; en als ik ervoor kies om de geboden van God na te leven en aan de kant van de Heer te blijven, doe ik dat omdat ik dat behoor te doen, en daarvoor zal ik worden gezegend. En dat is volgens mij de reden dat ik geen angst ken. En dit is mijn getuigenis in Jezus naam. Amen.