Mijn zingevingsvraag

 

     De aardse zin van het leven blijkt een diepere betekenis te hebben waar het bestaan mee beladen zou zijn volgens bepaalde wereldse visies die de waarde van de periode tussen geboorte en dood centraal stellen, en eventueel ook het spiritueel bestaan dat de lichamelijke dood overstijgt.

 

     De vraag naar de aard van de zin van het aardse leven is een van de centrale vragen binnen de filosofie. Ook de meeste religies proberen deze vraag te beantwoorden.  

 

     Volgens verschillende religieuze theorieën overstijgt het wezen van het bestaan de fysieke wereld, terwijl naturalistische verklaringen daarentegen geen hoger doel dienen.

 

     Goed, ik weet nu dat ik mijn bekendheid als twijfelaar te danken heb aan het feit dat ik nog geen geruststellend antwoord had gevonden op deze zingevingsvraag en dat ik me bij deze zoektocht om de tuin liet leiden door de (zogenaamde) succesverhalen om mij heen.

 

     Ik werd meteen uit de droom geholpen, want er blijkt werelds gezien niet zoiets als een snelle oplossing voor een twijfel die betrekking heeft op het werkelijk bestaan te bestaan, want een recept voor het ideale leven is er niet, want dat zou betekenen dat de mens in staat is uit te gaan van een totale maakbaarheid van het leven.

 

     De wereldse gedachten die met dit vraagstuk in mezelf opkwamen hadden allemaal betrekking op 'de tijd ervoor nemen om na te gaan wat ik echt belangrijk vond. Ik kreeg het advies om op een rijtje te zetten waar ik goed in was en mezelf af te vragen hoe ik op mijn tachtigste terug wil kijken op het leven dat ik op dat moment leefde en om mezelf daarbij te laten inspireren door anderen, door te kijken naar hen die er – ondanks onvermijdelijke hobbels – toch iets moois van hadden gemaakt.

 

     Op mijn vijfenvijftigste, na vijf religieculturen beleeft te hebben, na het bestuderen van vele filosofische richtingen, kreeg ik eindelijk het inzicht aangereikt dat dit werelds gezien niet te beantwoorden is maar dat ik daar een eeuwige waarheid aan moest koppelen. Wereldsgezien is het namelijk een onbegrijpelijk wonder, dat de vrijwillige offerande van één enkel wezen kon dienen als een losprijs voor het gehele mensdom.

 

     De mengelmoes van de heilige geschriften uit vroeger tijden, de geïnspireerde woorden van profeten uit de laatste dagen, de overleveringen van mensen, de verschillende offerceremoniën en zelfs de afgoderijen van het heidense bijgeloof brengen allemaal de gedachte van een alom plaatsvervangend offer naar voren. 

 

     Ik leerde op mijn vijfenvijftigste dat God nimmer heeft geweigerd een offer aan te nemen, dat gebracht zou worden door iemand, die bevoegd was een dergelijk iets te doen ten behoeve van hen, die op de een of andere wijze zelf niet in staat waren die dienst te verrichten. De zondebok en het zoenoffer van het oude Israël werden door de Here aangenomen als verlichting van de zondelast van het volk, indien ze geofferd werden met bekering en berouw.

 

     Het was Christus recht om de Zaligmaker te worden, omdat Hij de Eniggeborene des Vaders en het enige wezen zonder zonde op aarde was, en bovenal omdat Hij Degene was, Die in de hemelen geordend was om de Verlosser van het ganse mensdom te zijn. Mijn zingevingsvraag kan daardoor alleen maar door Hem beantwoordt worden (1) en door niemand anders. Daarom neem ik Hem aan als mijn leider en redder. En dit getuig ik in Jezus Christus naam. Amen.

 

(1. Vraag voorlichting betreffende uw zingevingsvraag aan de priesterschapsdragers van 'De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen', in de volksmond ook wel de Mormonen genoemd.)