Ik heb schoon schip gemaakt met mijn verleden

 

     Ik heb in mijn leven, ondanks al mijn teleurstellingen,  zomaar een topdag er tussen door gehad. Met mijn werk liep alles op rolletjes, iedereen was aardig en financieel zat het ook helemaal goed. Eenmaal thuis had mijn vrouw lekker gekookt en overspoelde mij met liefdevolle woordjes. Aan het eind van de avond bedreven wij de liefde en ging ik met een warm gevoel slapen. Heerlijk.

 

     Dit soort heilzame ervaringen konden mij helpen veerkrachtiger te worden; ze vormden als het ware een buffer voor tegenslagen. Hiervan zoveel mogelijk zien te creëren was mijn eerste gedachte. Tijdens mijn vrijgezellenperiodes tussen mijn huwelijken, kon dat al door even te denken aan iemand van wie ik hield of iets aardigs te doen voor een ander. Ook een lekker zacht vest aantrekken of een goeie cappuccino voor mezelf maken kon al heilzaam zijn.

 

     Nu leef ik al vijftien jaar in een eeuwig heilig walhalla. (1) Wat mij veerkrachtig maakt, is mij bewust zijn van alle goede dingen in mijn leven, klein en groot. Ik sta elke dag stil bij momenten die mij gelukkig maken. Ik zit dan voor mijn computer en verwerk het warme eeuwige huwelijks gevoel door de verschillende aspecten ervan te onder zoeken: welke gedachte, positieve emoties en zegeningen ik ervaar, ja, dat ik intens dankbaar en gelukkig ben.

 

      Als mijn gedachten afdwalen - en dat gebeurt vaak van wegen de verscheidenheid aan onderwerpen die voor het vervaardigen van mijn columns de revue passeren - dan slaak ik een zucht van verrukking en focus ik weer op mijn heilzame leven, sterker zelfs: ik maak het tot onderdeel van mezelf door het bewust in mij op te nemen en ervaar het, ondanks dat ik het altijd koud heb, als een warme deken om mij heen. Ja, met mij is het helemaal goed gekomen.

 

     Nu moet mij wel van het hart dat ik dit gekregen heb nadat ik voor de negende keer van levensrichting veranderde en eindelijk mijn 'weet ik niet' vond. (2) Na de Jehova's getuigen viel ik als het waren in een gat. Ik zag het helemaal niet meer zitten. Ik raakte verward in mijn derde echtscheiding en gedachtes dat ik dood beter af zou zijn spookten door mijn hoofd. Toen er in mei 2002 (3) bij mij aangebeld werd en ik in het gezicht keek van twee jonge  onervaren mannen, (4) toen dacht ik bij mezelf: 'Wat kunnen die snotneuzen mij nou nog vertellen.'

 

     Ik kreeg door, dat ik het wereldse helemaal los moest laten, want ik was wel in deze wereld, maar deze periode van ongeveer tachtig/negentig jaar maakt deel uit van mijn eeuwigheid. Ik bestond al voordat ik op deze aarde als mens werd geboren en tijdens mijn dood zou mijn geest, die uit het voorbestaan afkomstig is, mijn lichaam verlaten en weer aan een nieuwe fase van de eeuwigheid beginnen. Mijn verblijf hier op aarde is om zoveel mogelijk te leren en om mijn weg naar mijn hemelse Ouders terug te vinden.

 

     Verder weet ik nu dat ik vanwege 'de opstanding van Jezus uit de dood' mijn lichaam terug zal krijgen: 'De dood van Christus heeft die stoffelijke dood overwonnen, zodat allen uit die stoffelijke dood zullen worden opgewekt. De geest en het lichaam zullen opnieuw worden verenigd in hun volmaakte gedaante.' (5)

 

     Nu ik volledig leef naar de beginselen van die eeuwigheid, komen de wereldse excessen in mijn leven niet meer voor, heeft gramschap plaatsgemaakt voor vrede, kan ik iedereen vergeven en heb ik schoon schip gemaakt met mijn verleden. (6) En dit getuig ik in Jezus naam. Amen.        

 

(1. Godenverblijf, Godenverblijfplaats, Heerlijk gelukkig verblijf, Hemel.) 

 

(2. Ik ben geboren in een Rooms-katholiek gezin. Daarna heb ik mijn onbewuste 'weet ik niet' gezocht in de Nederlandse rechtsstaat, in het Hindoeïsme, in de reïncarnatie filosofie, in het kapitalisme, in het liberalisme, in de Islam en bij de Jehova's Getuigen.)

 

(3. Ik was toen vijfenvijftig jaar oud.)

 

(4. Zendelingen van 'De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen', in de volksmond ook wel de Mormonen genoemd.) 

 

(5. Zie Alma 11:42-43.)

 

(6. Laat u voorlichten door de priesterschapsdragers van genoemde kerk in 4.)