God heeft mijn geloof kunnen veranderen in zeker weten

 

    Mijn geloof had niet de volmaakte kennis van dingen. Toen ik nog geloofde, hoopte ik op dingen die niet worden gezien, maar waarvan ik voelde dat die waar zijn. God is barmhartig  naar mij, omdat ik in zijn naam geloof; daarom verlangt Hij in eerste instantie dat ik geloof in zijn woord.

 

     Aan kleine kinderen worden dikwijls woorden gegeven die de wijzen en de geleerden beschamen. Ik wil niet dat u denkt dat ik de bedoeling heb over u te oordelen dan alleen naar hetgeen waar is, want ik bedoel niet dat gij allen ertoe gedrongen zijt u te verootmoedigen; want ik geloof waarlijk dat er onder u zijn die zich zouden verootmoedigen ongeacht de omstandigheden waarin zij verkeren.

 

     Maar zie, indien ik mijn vermogens zou opwekken en wakker schudden, ja, om Gods woord te beproeven, en een sprankje geloof zou oefenen, al kon ik niet meer doen dan verlangen te geloven, daarom liet ik dat verlangen in mij werken, totdat ik zo’n geloof had gekregen dat ik plaats kon inruimen voor een deel van zijn woorden. Nu werd het woord vergeleken met een zaadje. Ik heb plaats ingeruimd, zodat er een zaadje in mijn hart kon worden gezaaid. Ik heb dat gedaan omdat ik het een deugdelijk zaadje vond, dat ik niet uitwierp zodat het in mijn boezem is gaan zwellen; en toen ik die zwelling bemerkte, wist ik dat het wel een goed zaadje moest zijn, want het woord begon in mijn ziel te branden, mijn verstand te verlichten, ja, het begon heerlijk  te zijn. Het was dus logies dat mijn geloof zich vergroot.

 

     En nu, zie, omdat ik de proef heb genomen  is het zaadje gaan zwellen en ontspruiten, zodat het is gaan groeien en is mijn kennis volmaakt geworden. Nu is mijn geloof werkelijkheid geworden, want het is licht; en alles wat licht is, is goed, omdat het waarneembaar is; daarom moet ik wel weten dat mijn geloof in God nu goed en in de juiste context is; en nu, zie, nu ik dat licht hebt geproefd, is mijn verlangen gegroeid dit nog verder te vergroten.

 

     Ik ga dus mijn geloof niet terzijde schuiven, maar laat de boom groeien en ga hem met zorgvuldigheid verzorgen, zodat hij wortel zal schieten, zodat hij zal groeien en vruchten voor mij gaat voortbrengen. Want wanneer ik de boom verwaarloos en geen aandacht besteedt aan zijn verzorging, dan zal hij geen wortel schieten; en wanneer de zonnehitte komt en hem verschroeit, zal hij verdorren omdat hij geen wortels heeft kunnen maken en ik misschien mezelf genoodzaakt moet gaan voelen hem uit de grond te rukken om hem weg te werpen. 

 

     Maar nu ik het woord wél verzorg, ja, de boom verzorg wanneer hij begint te groeien, door mijn geloof, met grote ijver en met geduld, en uitziet naar de vrucht ervan, is hij wortel gaan schieten; en de boom is ontsproten tot het eeuwige leven en dat maakt mijn leven op de planeet Aarde betrekkelijk, want wegens mijn ijver en mijn geloof en mijn geduld begin ik de vruchten ervan te plukken, die uiterst kostbaar zijn, die zoet zijn boven alles wat zoet is, en die wit zijn boven alles wat wit is, ja, en rein boven alles wat rein is; en ik vergast mij aan die vruchten totdat ik verzadigd ben, zodat ik niet zal hongeren noch dorsten. (1) Door deze raad op te volgen heeft Hij mijn geloof kunnen veranderen in zeker weten, (2) ja, in iets wat mij intens gelukkig maakt.

 

     Mijn vierde vrouw is net zo gelovig en ik heb met haar een eeuwigdurend huwelijk mogen sluiten, want bij haar lukt wel, 'wat in mijn vorige drie huwelijken buiten de kerk' niet lukte. En dit getuig ik in Jezus Christus naam. Amen.

 

(1. Zie Alma 32.)

 

(2. Laat u voorlichten door de priesterschapsdragers van 'de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen', in de volksmond ook wel de Mormonen genoemd.)