Wakker geschud worden uit een verliefdheid

 

     In mijn zoektochten over het internet betreffende achter grond informatie ten behoeve van het vervaardigen van mijn columns, kwam ik een 'aantasting' van een vrouwelijke verliefdheid tegen. Zij werd wakker geschud door de manier waarop hij een plastic tasje had gedragen, want de wijze waarop hij zijn hand hield en het tasje liet bungelen stootte haar plotseling vreselijk af. Haar geliefde bleek eigenlijk een gewoon mens te zijn.

 

     Een ander knapte af toen zij zag dat hij in zijn slaapkamer een ingelijste reproductie van Van Gogh ’s Sterrennacht had hangen. Beklemmend burgerlijk, vond zij het. Van het ene op het andere moment was het vuur in haar gedoofd.

 

     Weer een ander knapte af bij zijn uitlating dat hij 'een uitstekende relatie' had. Die woorden kwamen opeens van buitenaf en verdween haar neiging om zich aan te passen aan zijn gedrag en opvattingen. Kortom: Alleen chaos weerspiegelt de staat van de verliefde, waarin elke redelijke orde volledig zoek is. 

 

     Zo komt de smachtende afhankelijkheid van de verliefde, die zich bijvoorbeeld uit in het volhardende wachten op een telefoontje, over als een vernederende onderwerping. Voor de verliefde zelf is dit wachten evenwel het belangrijkste levensdoel geworden, want in de ander wordt (nog) geloofd.

 

     Ik ben in mijn leven vele keren verliefd geweest. Telkens probeerde ik het opnieuw. Naast mijn vele los/vast relaties, lat relaties en samenwoningverbanden, was ik ook nog drie keer getrouwd. Totdat ik de juiste graad te pakken kreeg in het vertrouwen van de Godheid. Het is inderdaad een zaligmakende macht, die mij op de paden van godsvrucht heeft geleid, want enkel geloof hierin kan geen dergelijk macht genoemd worden, laat staan geloof in een verliefdheid.

 

      Mijn geloof dat God de enige is, daar doe ik goed aan, maar de demonen geloven dat ook, en ze sidderen. Daarom zal ik geen dwaas zijn en denken dat geloof zonder daden nuttig is, want het werd Abraham als een rechtvaardige daad toegerekend dat hij zijn zoon Isaak op het altaar wilde offeren. Hierin zie ik hoe geloof en handelen hand in hand gaan, en hoe het geloof vervolmaakt wordt door daden. (1)

 

     Voornamelijk en in godsdienstige betekenis beschouw ik het vertrouwen als een levend en inspirerend vertrouwen in God en het aanvaarden van Zijn wil als de wet en Zijn woorden als een leidraad in mijn leven. Dat vertrouwen is alleen mogelijk wanneer ik weet, dat Hij bestaat en dat Hij een Wezen is met een waardig karakter en hoogstaande eigenschappen. Ik heb dat vertrouwen in Hem gekregen omdat ik een bezitter van zijn kennis ben geworden.

 

     In mijn contacten naar anderen constateer ik dat zelfs ongelovigen, sommige vruchten van geloof hebben, want zij bezitten een aangeboren overtuiging die bij hen voortvloeit uit hun natuurlijke intuïtie met betrekking tot het bestaan van een hogere macht. Dat blijkt zelfs bij elke inbreker te bestaan want zij doen dat stiekem omdat zij weten dat inbreken en stelen niet mag.

 

     Eindelijk ben ik op mijn vijfenvijftigste levensjaar gaan beschikken over betrouwbare gegevens waar een waar geloof uit ontstaat. Daarvóór heb ik over verkeerde informatie beschikt, waardoor ik alleen maar een verwrongen en verkeerd geloof verkregen heb. Ik denk dat mijn verliefdheden hierdoor ontstaan zijn, omdat ik behoefte had om ergens in te geloven. Ik ben nu gehuwd in de juiste context want zij geloofd net als ik (2) in Jezus Christus. naam. Amen. 

 

(1. Zie Jakobus 2:19-22.)

 

(2. Laat u voorlichten door de priesterschapsdragers van 'De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen', in de volksmond ook wel de Mormonen genoemd.)