Bij mij is nu de vrees en weifelachtigheid verdwenen

 

     Bij velen is de vrees altijd twijfelachtig, want er wordt gekozen op grond van een verwachting, een inschatting, een denkbeeldig iets; het gaat om een mogelijk kwaad. Vrees is volgens hen een onstand­vastige droefheid, ontsproten uit de voorstelling van iets wat nog in de toekomst ligt, of iets wat in het verleden ligt en het verloop ervan nogal twijfelachtig is. Uit deze definitie volgt volgens hen dat er geen hoop bestaat zonder vrees, noch vrees zonder hoop, omdat de afloop onzeker is, en men zich beurtelings het ene wel of niet wenst zolang er niets gebeurd is. Zij noemen het grootste deel van de emotie passief lijden in dubbele zin.  

 

     Bij hun blijkt aan de angst het verschil goed te zien. De angst doet hen iets kiezen om een (mogelijk) groter kwaad te vermijden, dus niet omwille van het 'goede' of om de  zaak zelf. Zij gaan van de theorie uit dat wie door angst geleid wordt en het goede doet om het kwaad te mijden, die wordt niet geleid door de rede. Daarom raden zij ook aan mensen niet door angst (voor straf) in bedwang te willen houden, maar daarentegen tot deugd op te wekken. Als de rede hen echter kon leiden, zouden ze rechtstreeks kiezen voor wat zij als het goede beschouwen om daarmee het kwaad vanzelf te mijden.

 

     Volgens hen eet de zieke uit angst voor de dood dingen die hij verafschuwt; de gezonde daarentegen verheugt zich over de spijzen die hij eet, en geniet meer van het leven. Een voorbeeld van eendracht is volgens hen dat wat uit angst voortkomt onbetrouwbaar is want het kan namelijk door opportunisme (1) gemakkelijk veranderen. De rede zoekt daarom bij hen echter de eendracht om de goede zaak te bevorderen, maar blijf je bij iemand om die ander zelf, of blijf je uit angst voor het alleen zijn?

 

     Al dergelijke afwegingen zijn zonder hulp van bovenaf eigenlijk niet te nemen. Ik heb in mijn leven voor legio problemen gestaan die mij drie keer lieten scheiden, mij acht keer van overtuiging deed veranderen, mij de naam gaven met alle winden mee te waaien, het contact met mijn kinderen deed verliezen, het contact met mijn familie deed verliezen mijn vertrouwen in de samenleving ondermijnen, waardoor ik psychiatrische hulp nodig had.

 

     Negentien jaar geleden kwam ik in contact met een andere cultuur (2) die het wereldse denken laat voor wat het is en nu leef ik volgens eeuwige waarheden. Toen ik - door mij te laten dopen - die cultuur aannam, kreeg ik de gave van de Heilige Geest, een intelligent Wezen, dat in Gods gelijkenis is en ieder orgaan, begrip, medeleven, iedere eigenschap en toegenegenheid op het gebied van wil, wijsheid, liefde, macht en gave bezit, zoals God die bezit. (3) Deze gave bezit ik nu in een nog onontwikkelde staat.

 

     Deze eigenschappen bestaan in mijn bereik en moeten in mij nog tot ontwikkeling komen. Zij zijn als een bloem in de knop die langzaam ontwikkelt en tot een bloesem wordt en dan na verloop van tijd de volwassen vrucht van zijn eigen soort voortbrengt.

 

     De Heilige Geest spoort mij aan tot deugdzaamheid, vriendelijkheid, goedheid, tederheid, zachtmoedigheid en ONGEVEINSTE liefde. Hij bezielt alle intellectuele mogelijkheden, vergroot, reinigt en breidt alle natuurlijke verlangens en gevoelens in mij uit. (4) Bij mij is nu de vrees en twijfelachtigheid verdwenen en ik ben echt gelukkig geworden in de juiste context. En dit getuig ik in Jezus Christus naam. Amen.      

 

(1. Een houding of gedrag waarbij je doet wat snel het meeste voordeel oplevert.)

 

(2. 'De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen', in de volksmond ook wel laatdunkend de Mormonen genoemd.)

 

(3. laat u - NU HET NOG KAN - voorlichten door de priesterschapsdragers van de kerk genoemd in 2.)

 

(4. Zie 'De Artikelen des Geloofs', van James E. Talmage, Appendix 8, 'Uitwerking van de Heilige geest op het individu', blz. 176.)