Een betere Vriend bestaat er niet

 

     Alle filosofen zijn het er over eens dat filosoferen met denken te maken heeft en dat dit gebeurt in een taal, maar dat al het denken nog geen filosoferen is. Filosoferen is op de eerste plaats kritisch denken, en dat 'kritische' blijkt uit vragen en doorvragen, zoals in een socratisch gesprek, juist als het gaat om iets dat vanzelfsprekend lijkt. Filosoferen komt volgens hen niet voort uit belangeloze verwondering, zoals weleens wordt gezegd, maar uit een conflict, uit een problematische situatie die om een oplossing vraagt.

 

     Ik daarentegen ben altijd blij om de meeste aangelegenheden als iets vanzelfsprekends te beschouwen, want dan hoef ik daar geen vragen meer over te stellen. Mensen die om dergelijke aangelegenheden kritisch gaan denken en daar gesprekken over willen houden zijn dan in mijn ogen probleemzoekers, die kritiek willen uiten over iets dat eigenlijk niet aan kritiek onderhevig zou moeten zijn. 

 

     Maar bij die kritische mensen blijkt dat behoefte aan inzicht en begrip uit nood wordt geboren, om te overleven of om zich beter te voelen. Waar die nood dan uit bestaat is naar mijn inzicht niet te traceren, want wat van zelf sprekend is daar komt naar mijn gevoel geen noodsituatie in voor. Het nut van kritisch nadenken bij een conflict of in een ongewenste situatie, bestaat uit zaken op een rijtje zetten, je bewust zijn van voor- en nadelen en deze afwegen, maar kritisch zijn over iets wat vanzelfsprekend is creëert alleen maar een conflict die uitmond in een ongewenste situatie.

 

     Soms maakt iemand bij een dergelijke ongewenste situatie er ook nog een probleem bij, en dat gebeurt vaak door een bepaalde manier van denken over de situatie, over zichzelf ­­en/of over andere mensen. Ik denk dat ik nu wel uitgelegd heb waarom ik een zwijgzaam persoon ben geworden en dat ik het wereldse denken aan de kant geschoven heb.

 

     Toen ik vijfenvijftig was kwam ik in contact met een andere cultuur (1) die leven naar eeuwige waarheden.

 

     Toen ik mij had laten dopen en tot die cultuur was toegetreden, heb ik daarbovenop de gave van de Heilige Geest gekregen. Deze wordt niet gegeven zonder enig onderscheid te maken. Jezus Christus heeft gezegd: "Als je Mij liefhebt, houd je dan aan Mijn geboden. Dan zal Ik de Vader vragen jou een andere Pleitbezorger te geven, die altijd bij je zal zijn: de Geest van de waarheid. De wereld kan Hem niet ontvangen, want ze ziet Hem niet en kent Hem niet. Maar jij kent Hem nu wel, want Hij woont nu in jou en zal altijd in je blijven, als jij je aan Mijn geboden blijft houden. (2)

 

     Het is dus duidelijk, dat de kandidaat aan zekere voor waarden moet voldoen, alvorens aan hem de Heilige Geest kan worden verleend, dus voor de persoon recht heeft op het gezelschap en de bediening van de Heilige Geest. God verleent die gave alleen aan gehoorzame mensen en het verlenen van deze gave volgt op geloof, bekering en doop in water. De Heilige Geest woont niet in onwaardige of onbetamelijke tabernakelen. Paulus heeft gezegd: "Weet u niet dat u een tempel van God bent en dat de Geest van God in uw midden woont? (3) Of weet u niet dat uw lichaam een tempel is van de Heilige Geest, die in u woont en die u ontvangen hebt van God, en dat u niet van uzelf bent?" (4) (5) Omdat ik mij overal aan hou, heb ik recht op de persoonlijke omgang met de Heilige Geest, door Wiens macht ik geheiligd wordt en de gaven Gods ontvang. Een betere Vriend bestaat er niet in Jezus Christus naam. Amen.

 

(1. 'De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen', in de volksmond ook wel de Mormonen genoemd.)

 

(2. Zie Johannes 14:15-17.)

 

(3. Zie 1 Korintiërs 3:16.)

 

(4. Zie 1 Korintiërs 6:19; zie ook vers 20.)

 

(5. Laat u voorlichten door de priesterschapsdragers van genoemde kerk in 1.)