Wees dankbaar dat u een lichaam hebt

 

     In onze huidige wereldse filosofie is het lichaam en de ziel ontkoppeld. Het lichaam wordt gezien als een vernuftig uurwerk, een machine waarin alle onderdelen hun ding doen en die niet per se een op zichzelf staande ziel nodig heeft om toch levend te zijn en daarom beschouwd de geneeskunde het lichaam als een te repareren apparaat.

 

     Sinds de jaren vijftig van de vorige eeuw is er ook een tegenbeweging op gang gekomen, die het lichaam niet zozeer zien als iets wat je hebt, maar als datgene wat je bent. Deze aandacht voor het lichaam als subject in plaats van als object kom je steeds meer tegen binnen de gezondheidszorg, namelijk in onderzoek naar kwaliteit van leven.

 

     Nu komen weer anderen die vinden dat beide perspectieven op zichzelf eenzijdig zijn, want ze vinden ze allebei waar, dat het lichaam zowel een object als een subject is. Nu ik het idee heb dat ik last heb van hartritmestoringen is het voor mij geen probleem wanneer de dokter mijn lichaam ziet als een object en deze ook als zodanig behandeld.

 

     Door mijn lichaam deels te beschouwen als ding, creëer ik namelijk mogelijkheden voor mezelf. Ik kan met dat ding mijn gymnastiekoefeningen doen maar ook op allerlei andere manieren inzetten en als je nog aan diëten doet zou je voor een deel je lichaam kunnen vormen op de manier die jou het best bevalt. Als je het lichaam op die manier ziet, is zij niet per se een belemmering, maar ook een instrument dat je kunt gebruiken, ja, om vorm en zin te geven aan de wereld waarin je leeft.

 

     Daarnaast zijn er altijd zeurpieten die vinden dat we belichaamde wezens zijn, dat ons lichaam nogal gebrekkig is, als je het menselijk lichaam met dat van dieren vergelijkt, want dan vinden zij het eigenlijk een verouderd apparaat. Ze vinden dat we van alles nodig hebben om te kunnen overleven en dat dit al met kleding begint. Ze vinden zichzelf van nature incompleet, omdat zij zich niet van nature beschouwen.

 

     Er is nu binnen de filosofie een hele discussie gaande over het verbeteren en perfectioneren van mensen, waar de vraag zich voordoet wanneer je iemand nog aan het behandelen bent en wanneer het behandelen overgaat in verbeteren. Die scheidslijn blijkt dun als je kijkt naar de discussie over doping of over zwempakken bij sporters, want topsport gaat altijd over technologie, niet over wie de grootste longinhoud heeft.

 

     Wat ik in deze hele discussie mis, komt tot uiting in onze wijze van kleden, in onze uiterlijke verzorging, in ons taal gebruik en in ons gedrag. Ik noem dat fatsoen. Fatsoen weerspiegelt een nederige instelling: u loopt niet met uzelf te koop. Weet dat uw lichaam een tempel is van de ​heilige​ Geest, die in u woont en die u ontvangen hebt van God; en weet u niet dat u niet van uzelf bent? U bent namelijk gekocht en betaald, dus bewijs God eer met uw lichaam. (1)

 

     Als u niet zeker bent of uw kleding of uiterlijk van fatsoen blijk geeft, stel uzelf dan de vraag: "Zou ik mij, zoals ik er nu uitzie, op mijn gemak voelen in het bijzijn van de Heer?" U kunt een dergelijke vraag ook stellen over uw taalgebruik en gedrag: "Zou ik deze woorden gebruiken of meedoen aan deze activiteit als de Heer naast me stond?" Als u eerlijk bent tegen uzelf, kan dat ertoe leiden dat u belangrijke veranderingen aanbrengt in uw leven en wees dankbaar dat u een lichaam hebt. En dit is mijn getuigenis in naam van Jezus Christus. Amen.

 

(1. Zie 1 Korintiërs 6:19-20.)