Donovan

 

    Het was kerstmis en Donovan was wanhopig. Hij had nog nooit in zijn leven om eten gebedeld, hij schaamde zich en sprak een keurig geklede man aan die zijn sleutel in de deur van een exclusieve club stak. De man en de aardige dame lachten vrolijk en hoorden Donovans smeekbede niet. Hij moest het nog eens zeggen. "Pardon, mijnheer, ik heb honger. Zou u mij wat geld voor eten willen geven?" "Geen sprake van," zei de man bars. "Tegenwoordig staat er op elke hoek van de straat een bedelaar. Donovan deinsde terug alsof hij een klap in zijn gezicht had gekregen. Hij kon niet uitleggen dat hij wekenlang stad en land had afgelopen om werk te zoeken. Zijn wangen brandden van schaamte en zwak leunde hij tegen het gebouw. "Dronken!" zei de man."

 

     Maar de dame had beter gekeken. "Och, Richard," zei ze berispend, "het is Kerstmis en hij heeft honger!" Ze opende haar kostbare avondtasje, liep snel naar Donovan en drukte hem een dollar in de hand. "Hier," zei ze "koop wat eten. En bedenk dat het het brood van Kerstmis is dat je eet." "Dank u wel mevrouw, dat zal ik doen," antwoordde Donovan.

 

     Met de dollar stevig in zijn hand geklemd haastte Donovan zich naar het goedkope café dat verscheidene straten verder lag. "Het leek wel een engel," zei hij halfluid bij zichzelf. Hij overdacht wat hij voor het geld zou kopen. Als hij het voorzichtig aandeed kon hij die avond goed eten en de helft van zijn geld bewaren voor morgen. Hij stopte toen hij een oude man aansprak die huiverend in een donker portiek zat gehurkt. "Kom mee, oudje," zei hij. "Het brood van Kerstmis zal vanavond twee mensen voeden. "

 

     In het café genoten ze van iedere hap van het voedzame eten. Donovan bemerkte dat zijn gast zijn brood en pastei in een papieren servet pakte. "Je bewaart zeker wat voor morgen, hè?" zei hij glimlachend. "Nee," zei de oude man, "Tommy, de krantenjongen, heeft niemand die voor hem zorgt. Ik ga het hem brengen."

 

     Tommy werkte het eten in het servet vlug naar binnen, maar bewaarde een korst brood voor het hondje dat naast hem zat te janken. Donovan pakte het angstige dier op en aaide zijn natte vacht. Zijn hand voelde een plaatje op de halsband van de hond en hij bekeek het nieuwsgierig. Op het plaatje stond een adres. "Misschien ben je van een kleine jongen die nu verdrietig is omdat je zoek bent," zei hij. "Kom, dan zal ik je naar huis brengen."

 

     Het was een lange wandeling dwars door de stad. Donovan droeg het hondje de hele weg en hield hem stevig vast toen hij op de bel drukte van een modern huis. Het dienstmeisje staarde hem aan, ze riep een man die het hondje aannam en hem wantrouwend bekeek. "Zo, dus jij hebt hem teruggebracht," zei hij. "Je komt zeker voor je beloning. " "Ik wist niets van een beloning," zei Donovan. "Ik vraag geen beloning. Een krantenjongen heeft hem op straat gevonden en ik heb hem teruggebracht omdat hij verdwaald was." De woorden vlogen eruit en toonden hem zoals hij was. Getroffen door de eerlijkheid van de armelijk geklede bezoeker, kalmeerde de man en verontschuldigend zei hij: "Het spijt me, Ik zie nu dat u niet een dergelijk soort man bent. U krijgt de beloning."  

 

     Hij drukte Donovan een bankbiljet in de hand en zei toen: "Zoekt u soms werk? We hebben op mijn bedrijf een nachtwaker nodig en we kunnen een eerlijk man zoals u gebruiken." Hij gaf Donovan zijn kaartje en schudde hem vriendelijk de hand toen hij wegging.