Door een engel aangekondigd

 

     Er was net een Kindje in Bethlehem geboren in de stad van David onder bijzondere omstandigheden. De moeder van het Kindje is een maagd, uit het huis van David. Maar de wanorde in Israël is zo groot, dat deze koningsdochter in onbekendheid leeft. Haar verloofde Jozef, die bij dezelfde familie hoort en erfgenaam was van de Koninklijke rechten in Israël, was van beroep timmerman in een verachtelijk stadje in Galilea.

 

     Maria is door de genade van God uitverkoren om de moeder te worden van het wondervolle Kind, dat geboren wordt. Hij is ontvangen door de kracht van de Heilige Geest en ondanks dat Hij geboren is uit een vrouw, wordt Hij Gods Zoon genoemd. Aan Hem, die voor Zijn geboorte genoemd werd: “Jezus, de Zoon van de Allerhoogste”, behoord de troon van David, Zijn vader en de regering tot in eeuwigheid over het huis van Jacob. (Luk.1:31-33) En toch moet het volk van de Heer, Israël, dat vanwege haar zonden onderworpen is aan de heidenen, het juk dragen van hen, aan wie God de regering over de wereld heeft gegeven.

 

     Maria en Jozef moeten de reis maken van Galilea naar Judea, om te gaan “naar de stad van David die Bethlehem heet, omdat hij uit het huis en de familie van David was, om zich te laten inschrijven met Maria, zijn ondertrouwde vrouw, die zwanger was. Het gebeurde nu toen zij daar waren, dat de dagen vervuld werden dat zij zou baren, en zij baarde haar eerstgeboren Zoon en wikkelde Hem in doeken en legde Hem neer in een kribbe, omdat er voor hen geen plaats was in de herberg.” (Lucas 2:1-8)

 

     Dit Kindje, dat zo ter wereld kwam, vervulde alle harten met vrolijkheid en verheugde niet alleen hen, maar ook de hemel. “een menigte van een hemelse legermacht, die God prees en zei: Heerlijkheid zij God in de hoogste hemelen, en vrede op aarde, in mensen van zijn welbehagen.” (Lucas 2:13-14.)

 

     Het nieuws van Zijn geboorte werd door een engel aangekondigd aan herders die 's nachts in het open veld de wacht hielden over hun kudde. Deze eenvoudige mensen schrokken door de plotselinge aanwezigheid van de hemelse boodschapper in hun midden. Hij schitterde met de heerlijkheid van de Heer, die afstak te midden van de schaduwen van de nacht. Zij schrokken daarvan. "Zij werden buitengewoon bang." Als iemand op de een of andere wijze in de tegenwoordigheid van God komt, dan vreest hij. Waren zij beter dan anderen? Nee. Waren zij schuldiger? Nee. Maar het geweten gaat spreken als men voor God staat.

 

     Wat zal er gebeuren? Zal het oordeel, het gezag, van een voortdurende geschonden wet toegepast worden? Zal een bliksemstraal hen ogenblikkelijk verteren? Vreemdelingen overheersen Israël en vertreden het met hun zonden. Wat stellen deze herders nu voor? Arme schuldigen voor de gerechtigheid van God. Hoe zouden ze ontsnappen? Maar de engel brengt hen een boodschap van genade en niet van oordeel. "Weest niet bang, want zie, ik verkondig u grote blijdschap, die voor het hele volk zal zijn; want u is heden een Heiland geboren, die Christus de Heer is, in de stad van David. En dit zal voor u het teken zijn: u zult een kindje vinden in doeken gewikkeld en liggend in een kribbe." En dit is mijn getuigenis in naam van Jezus Christus. Amen.