Een kerstcadeau voor Jezus 

 

     Pham was al twaalf, maar toch zou hij dat jaar voor het eerst het kerstfeest vieren. Pham en zijn familie waren naar de Verenigde Staten gekomen toen er een heleboel vluchtelingen uit Vietnam werden overgevlogen. En hoewel er veel fijne dingen met zijn familie waren gebeurd sinds ze waren aangekomen, was toch het fijnste dat ze lid waren geworden van 'De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen'. Voor die tijd had Pham weleens gehoord van het kerstfeest. Hij was er toen niet zeker van hoe dat gevierd werd, maar hij dacht dat het wel net zoiets zou zijn als Tet, het Vietnamese Nieuwjaar. Tijdens Tet versierde iedereen zijn woning met bloemen, at lekker eten en stak vuurwerk af. Maar toen de zendelingen zijn familie over de kerk kwamen onderrichten, leerde Pham dat het kerstfeest de viering is van Jezus geboorte. Wat hem betreft kon zijn lerares in de kerk het kerstverhaal niet vaak genoeg voorlezen. Vooral het verhaal over de wijzen die baby Jezus cadeaus brachten, vond hij mooi. Pham besloot dat hij ook Jezus een cadeau zou geven.

 

     De zaterdag voor kerst liep Pham hand in hand met zijn kleine zusje naar de bushalte. Zijn andere hand stopte hij diep in zijn jaszak. Hij zocht de vijf biljetten van één dollar en hield ze stevig vast. Hij had er hard voor gewerkt: hij had sneeuw geruimd en boodschappen gedaan om het geld te verdienen, en nu was hij op weg naar het warenhuis om zijn kerstcadeau voor Jezus te kopen. Hoewel Phams neus en oren last kregen van de bijtende kou, toen Kim Li en hij uitstapten en zij hun weg op de stoep vervolgden, waar de sneeuw aan één kant hoog lag opgestapeld, voelde hij zich warm van binnen en wilde hij wel zingen. Al gauw kon hij zich niet meer inhouden en barstte hij in mooi, helder gezang uit. Hij zong alle kerstliedjes die hij kende, en de voorbijgangers draaiden hun hoofd om en glimlachten.

 

     Al gauw kwamen Pham en Kim Li bij het warenhuis aan. In de etalages schitterden het goud- en zilverkleurige folie en de kleine lichtjes die aan- en uit knipperden. Het was een fantastisch gezicht, en Pham en Kim Li bleven even in bewondering staan kijken. Maar toen herinnerde Pham zich het belangrijke doel van zijn komst, en hij nam zijn zusje mee de winkel in, op zoek naar het volmaakte cadeau voor Jezus. Hij liep langzaam heen en weer door de gangpaden. Hij keek overal. Stropdassen, sokken, boeken, overhemden en colberts waren geschikt voor zijn vader, maar eigenlijk niet voor Jezus. Pham keek naar diamanten, horloges en gouden ringen, maar zelfs als hij het geld had gehad om die te kopen, leken ze toch niet goed genoeg. Ontmoedigd vroeg hij zich af hoe moeilijk het voor de wijzen was geweest om te besluiten goud, wierook en mirre te geven.

 

     Pham voelde dat er aan zijn mouw getrokken werd. Hij keek naar beneden en zag dat zijn zusje erg moe was. Hij pakte haar voorzichtig op en nam haar in zijn armen. Hij droeg haar naar het cafetaria van het warenhuis en liet haar aan een tafeltje wachten terwijl hij wat warme chocola voor haar ging halen. Dat kostte hem een halve dollar, maar Pham dacht niet dat Jezus het erg zou vinden als hij een klein beetje van het geld aan Kim Li besteedde. Toen Kim Li haar warme chocola op had en wat uitgerust was, besloot Pham naar een andere winkel te gaan. Onderweg kwamen ze langs een invalide bedelaar op de stoep. Pham had veel mensen gezien die in de oorlog gewond waren geraakt, ook mensen die invalide waren geworden, en hij had medelijden met de man. Voordat hij besefte wat hij deed, pakte hij een dollar uit zijn zak en gaf die aan de bedelaar.

 

     In het tweede warenhuis keek Pham weer overal rond, maar hij kon nog steeds niets geschikts vinden. Toen zag hij een jongetje dat verdwaald was en stond te huilen. Pham bracht het jongetje naar een man van de veiligheidsdienst die hem zou helpen zijn moeder terug te vinden. Terwijl ze stonden te wachten, kocht Pham een speeltje voor de jongen en vertelde hem een paar verhaaltjes.

 

     Het werd al laat, en Pham en Kim Li gingen op weg naar huis zonder een cadeau voor Jezus gevonden te hebben. Ze bleven even staan kijken naar een dikke man met een witte baard die een rood pak aan had. De vrolijke man stond een klok te luiden boven een grote pot waar de mensen geld in gooiden. "Waar is dat voor?" vroeg Pham. Toen de man zei dat het gebruikt zou worden om eten te kopen voor arme mensen, deed Pham twee dollar in de pot. Hij wist hoe het was om niet genoeg te eten te hebben.

 

     Toen Pham daarna zijn hand weer in zijn jaszak stopte, ontdekte hij tot zijn schrik dat hij nog maar één dollar over had. Wat heb ik gedaan? Vroeg hij zich af. Het was te laat om nog meer geld te verdienen, en hij kon niets bedenken dat hij voor één dollar kon kopen. Diep teleurgesteld dacht hij aan de wijzen met hun mooie cadeaus. Hij wilde Jezus ook zo graag een mooi cadeau geven! Hoe kon hij dat nou nog doen? Tegen de tijd dat ze thuis aankwamen, rolden er grote tranen over Phams wangen.

 

     "Wat is er aan de hand?' vroeg zijn moeder terwijl ze teder zijn betraande gezicht naar haar toekeerde. Pham vertelde dat hij Jezus een cadeau had willen geven, net als de wijzen, en hoe hij bijna al zijn geld had uitgegeven en nog steeds geen cadeau had. "O, maar je hebt wel een cadeau!" zei zijn moeder, terwijl er een vriendelijke glimlach op haar gezicht verscheen. "Je hebt Hem het cadeau gegeven dat Hij het liefste hebben wilde liefde in je hart!" "Het is waar dat ik liefde heb, maar hoe heb ik Hem die dan gegeven?" vroeg Pham verbaast.

 

     "Begrijp je dat dan niet?" zei zijn moeder vriendelijk. "Je hebt vandaag liefde gegeven aan Kim Li, aan de invalide bedelaar, aan het kleine verdwaalde jongetje, en aan de armen zodat ze geld voor eten zouden hebben. Pham, je hebt echt veel gegeven! Weet je niet meer dat Jezus heeft gezegd: "In zoverre gij dit aan één van deze mijn minste broeders hebt gedaan, hebt gij het Mij gedaan"? (Mattheüs 25: -40.) Pham, je hebt Jezus het allermooiste cadeau gegeven!"

     Phams ogen begonnen te glimmen van vreugde. Hij pakte het laatste dollarbiljet uit zijn zak en zei: "Dat geef ik aan de bisschop. Misschien zal het een zendeling helpen om andere mensen over het evangelie te vertellen."