Elisabeth en Zacharia

 

     Niet alleen de engelen, herders, Simeon en Anna hebben zich verheugd met een grote vreugde, maar anderen hebben daar ook in gedeeld zoals Elisabeth, Zacharia en Maria. Net zoals Sara vroeger, heeft Elisabeth de genade ontvangen een zoon in haar ouderdom te krijgen. Door Gods barmhartigheid is haar smaad onder de mensen weggenomen. Deze zoon zal een bijzonder plaats onder het volk innemen, Hij zal voor haar en Zacharia “tot blijdschap en vreugdegejuich zijn en velen zullen zich over zijn geboorte verblijden. Want hij zal groot zijn voor het aangezicht van de Heer, en wijn en sterke drank zal hij geenszins drinken, en hij zal met de Heilige Geest worden vervuld, al van de moederschoot af.

 

     En hij zal velen van de zonen van Israel doen terugkeren tot de Heer, hun God. En hij zal voor Hem uitgaan in de geest en de kracht van Elia, om de harten van de vaders te doen terugkeren tot de kinderen en de ongehoorzamen in de wijsheid van de rechtvaardigen, om de Heer een toegerust volk te bereiden.” (Lucas 1:14-17)

 

     Dat is iets om het hart van ouders te verheugen. Maar vanwege zijn ongeloof kon Zacharia niet praten totdat het woord vervuld was, dat hem deze goede tijding had gebracht. Dan kan hij zich met Elisabeth verheugen. En als hij de mond opendoet, vervuld met de Heilige Geest, profeteert hij, terwijl hij de goedheid en genade van de God van Israël prijst, die zijn volk heeft bezocht en gered. Het thema van zijn lof is niet zijn eigen zoon, maar een ander. Het Kindje, dat spoedig in doeken gewikkeld en zal liggen in een kribbe te Bethlehem. Hij is de “hoorn van behoudenis voor ons opgericht in het huis van zijn knecht David (zoals Hij heeft gesproken door de mond van zijn heilige profeten die van oudsher zijn geweest),” (Lucas 1:69-70) Zijn zoon is niet deze hoorn van behoudenis. Hoewel hij groot moet zijn voor de Heer door de plaats, die de genade hem heeft gegeven. “En jij, kind, zult een profeet van de Allerhoogste worden genoemd, want jij zult voor het aangezicht van de Heer heengaan om zijn wegen te bereiden, om zijn volk kennis van de behoudenis te geven in de vergeving van hun zonden, door de innerlijke barmhartigheid van onze God, waarmee de Opgang uit de hoogte ons zal bezoeken, om te schijnen voor hen die in duisternis en schaduw van de dood zitten, om onze voeten te richten op de weg van de vrede.”  

 

     Maar Één kan deze zegeningen voor altijd geven en bevestigen en dat is niet de zoon van Zacharia. Maar dat is Hij, van wie de engel spoedig tegen de herders zal zeggen: “ik verkondig u grote blijdschap, die voor het hele volk zal zijn; want u is heden een Heiland geboren, die Christus de Heer is” Zacharia verheugt zich in Hem door de Heilige Geest. Elisabeth doet dat ook. Als Maria naar haar toe komt in het gebergte erkent Elisabeth in haar de moeder van haar Heer.

 

     Maria zelf, door de genade van God zo rijk gezegend, een nederige dienstmaagd van de Heer, die door de kracht van de Heilige Geest, de genade ontvangen heeft het Kindje van Betlehem ter wereld te brengen, wat zegt zij? “Mijn ziel maakt de Heer groot, en mijn geest verheugt zich over God, mijn Heiland.” Alleen de genade kan zulke woorden in de mond van een menselijk schepsel leggen dat Hem kent en van Hem geniet. En dit is mijn getuigenis in naam van Jezus Christus. Amen.